Mijn kennisvorming

Het verzamelen van kennis over de buitenwereld verloopt langs twee lijnen, langs een lijn van het verstand en langs een lijn van de rede. We krijgen door de zintuigen een indruk van de buitenwereld. De indruk passeert instinct, intuïtie en verstand. In onze geest ontstaat dan een denkbeeld of aanschouwing die teruggekoppeld wordt naar de buitenwereld. Instinct en intuïtie vormen de sturende bestanddelen van het onmiddellijk kennen. We weten in een flits of er gevaar dreigt in bepaalde situatie en reageren dan ook in een flits. Het is mij wel eens gebeurd dat ik een glas niet vallen en het glas opving met de bovenzijde van mijn schoenneus, waarna het gas langzaam op de grond rolde. Ongebroken. Als ik nagedacht had van: ‘Wat moet ik doen?’, was het glas op de grond gevallen en gebroken. Talloos zijn de voorbeelden van een flitsreactie waardoor gevaar afgewend werd. Het verstand verheldert de indruk waardoor de aanschouwing in de terugkoppeling een ervaring kan vormen in de geest en opgeslagen wordt.
De rede abstraheert van de aanschouwing. De begrippen worden overwogen met gebruikmaking van al onze ervaring, waarna een gevormd oordeel teruggekoppeld wordt naar de buitenwereld. Onze opgedane ervaring wordt dan opgeslagen in het geheugen.
Het verzamelen van kennis over onze binnenwereld, wil en voelen, verloopt op gelijke wijze als het verzamelen van kennis over de buitenwereld. Het voordeel van kennisvorming over de buitenwereld mist de kennisvorming over de binnenwereld. Kennisvorming over de buitenwereld kan getoetst worden met de buitenwereld, waardoor die kennis sneller vormt tot ervaring met de werkelijkheid. Kennisvorming van de binnenwereld heeft slechts vertrouwen als toets mogelijkheid. We weten maar al te zeer hoe met schade en schande dit vertrouwen geschonden wordt.

kennisvorming

Komen tot leren

Wat we moeten leren doen, leren we al doende. Aristoteles [350 v. Chr.]
Kennis begint met de ervaring. I. Kant [1781]
Wil wordt in beweging gezet door motieven. Kennis wordt door wil bepaald. A. Schopenhauer [1850]

Deze historische argumenten hebben de voortgang in mijn denken bepaald en die belangrijke rol gekregen die ze in werkelijkheid ook spelen.
Als een ervaring tot verwondering leidt, ontstaat de motivatie die de wil in beweging zet om te ontdekken waarom de ervaring tot verwondering leidt. Het antwoord op het waarom is de verklaring voor de verwondering, is kennis. Het ontstaan van kennis begint dus met ‘de ervaring'. De wil geactiveerd door motieven zet een zoektocht in gang waardoor nieuwe kennis ervaren wordt en daardoor vormt zich een continu beweging. Verwondering als gevolg van een ervaring leidt tot het zoeken naar de verklaringen voor de verschijnselen, als je dat wilt. Dus motieven zijn een voorwaarde voor het eigen maken van kennis.
Zoek je unieke gave en bouw die uit zo ver je kunt.
Kennis is een proces van communiceren over betekenis van gegevens en ervaringen.

kenniswiel

Motieven die wil in beweging kunnen brengen worden waargenomen door onze geest en door onze geest gestuurd en geregeld. Onze geest kan waarnemen vanuit drie belevingen, dat komt omdat onze geest uit drie karakters bestaat, onder woorden te brengen als Leuk, Uitdagend en Spannend. Woorden met gelijke strekking zijn al in de oudheid in denkwijzen en door filosofen beschreven.
Willen wij onze activiteiten met plezier doen en er daardoor geboeid door raken, moeten wij ons dus afvragen welke activiteiten aansluiten bij onze behoeften vanuit de drie onderscheiden gebieden. Welke activiteiten in hun gebied het beste dan wel het slechtst bij onze individuele belevingen aansluiten is meetbaar met de LUS factor.