Mijn geheel
Mijn geheel en uw geheel kan voorgesteld worden door drie kenmerken: lichaam, wil en geest. We kunnen die kenmerken beschouwen als de kenmerken van leven, van ons leven als mens. Al de drie kenmerken tonen zich continu tijdens ons leven. Het lukt ons niet de drie kenmerken als geheel gelijktijdig te zien, meestal overheerst een van de kenmerken in ons bewustzijn.

Ik laat de drie kenmerken de revue passeren.
Onze geest, denken vanuit het verstand en rede, wordt overwegend door de buitenwereld geleid, wat we ervaren van buitenaf.
Onze wil, voelen, hartstochten wordt door de buitenwereld geprikkeld en ervaren we van binnenuit.
Ons lichaam kunnen we van top tot teen aan de buitenkant zien in een spiegel, de binnenkant blijft gesloten. Slechts artsen kijken in noodgevallen binnen in ons, zien slechts een fractie van de delen en dan alleen de buitenkant. Wat er binnenin ons lichaam gebeurd is zoveel omvattend dat we er tot nu toe alleen een kijkje hebben mogen nemen in het voorportaal van het grote kasteel, dat ons lichaam voorstelt. De natuur heeft een zo lange weg afgelegd tot het realiseren van een leven wat we mens noemen, dat die mens misschien aan de natuur verschuldigd is een zelfde weg af te leggen voor enig begrip van hem. Het grote kasteel mens zal altijd kamertjes voor ons verborgen houden. Want voor we alles begrijpen heeft de evolutie de mens verorberd. Dan heb ik het alleen maar over het lichaam. Wil, voelen en emotie is voor ons bijna ongrijpbaar. We kunnen met de wil maar moeilijk overweg. Wil bepaalt ons leven. Bepaalt ons leven zodanig dat zowel ons lichaam als onze geest volledig afhankelijk zijn van onze wil. Zoals bij een zeiljacht het grootzeil de slaaf is van het voorzeil zo ook heerst wil, over lichaam en geest. Lichaam en geest zijn de slaaf van de wil. Wil hebben we geërfd van onze ouders en voorouders. Degenen die na ons leven erven wil, levenswil, van ons. Het is het kenmerk dat de soort in stand houdt. Maar ook het kenmerk dat ons leven bepaalt, op velerlei gebied. Onze wil bepaalt ons handelen, ons doen en laten. Stuurt het lichaam die kant op waarvan verwacht mag worden het te kunnen. Als wil verwacht dat we het niet kunnen vinden we dat vanzelf niet leuk, geeft het handelen geen plezier. Wil stuurt ons leven bij de partner keuze. Wil weet als vanzelf of de potentiële partner past, door te laten weten of nageslacht met die persoon wenselijk is vanuit de eigenschappen van die persoon gecombineerd met de eigenschappen van onszelf. Bij een ja vlinders in de buik, genegenheid, verliefd en nageslacht. Bij een nee geen vlinders, geen genegenheid en geen nageslacht. Als verstand en rede nageslacht niet wensen kan wil tot nageslacht dwingen en omgekeerd. Wil kan mensen plotseling van gedrag doen veranderen, van absoluut geen kinderen tot zeer gewenst. Absoluut niet verstandig tot verwekking bij die persoon tot ‘blind’ hartstochtelijk geslachtsverkeer, met als gevolg zwangerschap. Omdat wil nageslacht wenst en de combinatie verantwoord acht.
Op spiritueel gebied kent de wereld verscheidene geloof- en leefwijzen die de betrokken mensen in vuur en vlam zetten. Zowel figuurlijk en letterlijk is ons lichaam dan de uiting van onze emoties. Emoties vanuit de mens zelf, die door de mensen buiten de groep vaak als vreemd, ongehoord en ongewenst worden gezien. De buitenwereld wordt door de groep op gelijke wijze gezien. Dat heeft niet zelden tot elkaars bestrijden op leven en dood geleid. Hoe meer de groep overigens op elkaar lijkt, hoe groter de overeenkomst, hoe groter vaak de onderlinge strijd.
Onder joden en christenen, de strijd van joden, orthodox katholieken, rooms katholieken, protestanten
Onder islam, de strijd in het middenoosten van sjiieten, isma’iliten, soenniten
Onder boeddhisten. Het boeddhisme is in haar lange historie nog nooit de oorzaak geweest voor een oorlog. Al voeren de boeddhistische landen wel oorlog. In het boeddhisme is er geen excuus voor het gebruiken van geweld.
“Haat eindigt niet door haat
"Haat eindigt door liefde.
Dit is een eeuwige wet.”
Onder Hindoestanen. Structureel gewelddadig vanwege het kastensysteem.
Onder chinezen. Het zoeken van confucianisten, mohisten en taoïsten, als levensbeschouwing die juist handelen, rust en leven in harmonie met de natuur nastreven als tegenhanger van de vele oorlogen.
Confucius adviseerde al 2500 jaar geleden: ‘Wat je zelf niet wilt, leg dat niet aan anderen op.’
De strijd tussen religies is een strijd tussen gevoel en emoties van mensen. Een strijd die meestal ook cultuur gebonden is. Een strijd waarvan de strijdende partijen de reden moeilijk onder woorden kunnen brengen. De spreker komt meestal niet verder dan: ‘Zo is het, zij zijn duivels en wij zijn de goeden.’ Een discussie over het meningsverschil of de verschillen van mening komt er niet van, omdat de vertegenwoordigers niet weten waarover te praten. Een discussie over religie is dan ook zinloos. Het is een discussie tussen wil en geest, tussen het binnenste zien en het buitenste zien, het binnenste zien verliest dan ‘altijd’. We weten niet hoe we met ons binnenste zien moeten discussiëren, laat staan met het binnenste van anderen. Over het binnenste discussiëren met andere religies en culturen behoort vooralsnog tot het onmogelijke. Discussies tussen een religieuze en een atheïst wint de atheïst altijd. Omdat als we discussiëren, discussiëren als over zaken die de buitenwereld vertegenwoordigen. Zaken die bewezen kunnen worden en daardoor liggen binnen de grenzen van de ervaring. Dat wat ook anderen met hun zintuigen kunnen ervaren. Acceptatie en respect zijn slechts haalbaar.
Denk aan de keuze van eigen levensgezel(len). Waarom juist die persoon gekozen is, is niet in woorden te vatten, niet aan anderen uit te leggen. We weten niet hoe we onze wil of ons voelen onder woorden moeten brengen. Onze geest uit zich door het denken, met ons verstand en rede. Het is het beperkte gereedschap waarmee we ons lichaam en met gering effect onze wil proberen te sturen in een richting van overleven. Lichamelijke storing proberen we te beoordelen en vragen dan af en toe hulp van kenners als overleving in gevaar komt. Onze wil is niet beïnvloedbaar door ons denken als haar uiting zich op zijn hoogtepunt bevindt. In een afgezwakte situatie kan ons denken onze wilsuiting enigszins sturen. Maar als de afgezwakte situatie omslaat in hevige hartstochten kan ons denken er niet meer bij, wordt de stuurwerking weggedrukt. We kunnen dan ook concluderen dat ons denken helpt bij het oplossen van problemen uit de buitenwereld, op de binnenwereld heeft ons denken geen vat.
De politiek etaleert het verschil tussen lichaam, wil en geest dagelijks.
Het lichaam is groot en log, veranderingen gaan langzaam. De buitenkant is van veel meer belang dan de binnenkant. Met de buitenkant wordt de binnenkant in beroering gebracht. Buitenkantmotieven worden met het kabaal van tromgeroffel ingezet in de hoop de hartstochten en emoties van de kiezer te prikkelen. De kiezer te lokken naar het kamp van het kabaal, van het vertoon. Met argumenten is de kiezer van de massa niet te strikken. Zijn emoties worden niet geprikkeld. Zijn wil wordt niet geraakt. Slecht een klein deel van die massa is met argumenten te beïnvloeden. Omdat we niet weten hoe de binnenwereld te verwoorden rest slechts omschrijvingen over de buitenwereld, dat wat we kunnen zien. Omstandigheden in het dagelijks leven, die we kunnen zien, beheerst de politiek en de media. Met uiterlijk vertoon, veel woorden en verdachtmakingen wordt het uiterlijk geplaatst. Dat lukt volledig. Daardoor gaat het uiterlijk er met de winst vandoor. De waan van de dag wint het van elke gedachte op termijn. De waan van de dag is als een spinaker op een zeiljacht, verstand op nul en op volle snelheid recht vooruit. Aanpassing aan de omstandigheden zoals windraaiing, is ondoenlijk. De ware schipper weet dat de wind altijd luwt, zo ook de waan. Tegen de wint opboksen, geeft alleen resultaat als dat verstandig gebeurd, laverend. Dat vraagt kunde en tijd. Laat de waan uitrazen en laveer rustig gestaag je eigen koers.
De beste remedie om de waan de doven is de waan verantwoordelijkheid te geven. Verantwoordelijkheid stuurt de binnenwereld. De waan de buitenwereld. Het gevolg is een botsing, die de waan blust. Want de tijd leidt de binnenwereld. De tijd is oneindig en de waan eindig.
Als we over wil en voelen niet kunnen discussiëren, omdat we dat niet geleerd hebben. Als we alleen geleerd hebben te discussiëren over dat wat we kunnen zien, kunnen waarnemen met onze zintuigen omdat de ander ze ook kan waarnemen, zijn de begrippen wil en voelen dan onbespreekbaar? Niet onbespreekbaar maar we benaderen de begrippen wil en voelen alsof ze bespreekbaar zijn. Alsof ze tot de onderwerpen behoren waarover we kunnen discussiëren, alsof ze tot de buitenwereld behoren. We kunnen slechts discussiëren over de gevolgen van wil en voelen, omdat alleen de gevolgen tot de buitenwereld behoren. Over de oorsprong, de oorzaak, van wil en voelen kunnen we niet discussiëren omdat wil en voelen een oerverschijnsel is dat tot onze binnenwereld behoort. Het verschijnsel wil en voelen kan onze gedachten zoveel kracht en invloed geven dat verstand en rede worden weggedrukt, geen toegang krijgen tot invloed. Wil en voelen heersen dan over ons handelen en onze geest.
De gevolgen kunnen we bespreken en bediscussiëren. Dat gebeurt dan ook in ruime mate. De mate is zo ruim, dat ik meen dat in het dagelijks leven de discussie over de gevolgen van wil en voelen de boventoon voert. Ondanks dat we wel weten niet tot de oorzaak te kunnen komen, maar menen daar toch iets over te kunnen zeggen. Vandaar dat de gesprekken moeizaam, langdradig en onduidelijk verlopen, omdat we de onderwerpen die tot wil en voelen behoren niet onder woorden kunnen brengen. Aan het einde van het gesprek kan alleen geconcludeerd worden, dat er maar een eensluidende conclusie geformuleerd kan worden en die luidt: ‘We kunnen het niet eens worden.’
Wat hebben we nu aan bovenstaande conclusie? Dat we ons beter in gesprekken bewust zijn van het feit dat gesprekken over wil en voelen alleen kunnen gaan over de gevolgen van onderwerpen die tot de begrippen wil en voelen behoren. De oorzaak van waarom iemand juist verliefd wordt op die persoon of niet, waarom een vrouw graag moeder wil worden of een man graag vader, iemand religieus is of niet, een bepaalde politieke partij aanhangt of niet, hoort tot het domein van wil en voelen en daardoor tot de binnenwereld en is daardoor niet bediscussieerbaar. Zinvol misschien alleen de gevolgen, waardoor het leven dragelijker wordt en daardoor leefbaar. Want een draaglijk leven is een leven met een minimum aan ondraaglijkheden.
De eigenschappen van de drie kenmerken van leven vormen in ons een geheel als hun gezamenlijke invloed evenwichtig en maximaal is. Dan is de invloed van het lichamelijke, het voelende, en het geestelijke kenmerk in onderlinge balans en daardoor in harmonie. Hierdoor ontstaat plezier in ons handelen, worden we uitgedaagd tot het maximale en daardoor tot geestelijke inspanning die het uiterste van ons vraagt voor het leveren van een optimale prestatie. We kunnen dan in ‘flow’ geraken, we doen dan op de juiste plaats en de juiste tijd, de juiste dingen. Als het ons mogelijk is geregeld situaties te scheppen waardoor een optimale prestatie gerealiseerd zou kunnen worden, minimaliseren we ondraaglijkheden en leiden ons bestaan naar een draaglijk leven.
Ondraaglijkheden gaan het leven beheersen als lichaam en of geest over wil heersen. Als lichamelijke aspecten als eten, drinken, seks en of hebzucht het menselijk handelen bepalen, ontstaat een levenshouding die uitsluitend gericht is op eten, drinken, seks en of hebzucht. Een levenshouding die nooit tot tevredenheid kan leiden omdat altijd een zucht naar eten, …, aanwezig blijft en daardoor altijd onvrede. Door die levenshouding ontstaan lichamelijke beschadigingen die het lichaam afbreken. Als geestelijke aspecten als denken, leergierigheid, spanning en mediteren de geest bepalen ontstaat een levenshouding die uitsluitend gericht is op denken, leergierigheid, spanning en mediteren. Een levenshouding die nooit tot tevredenheid kan leiden omdat altijd een zucht naar denken, …, aanwezig blijft en daardoor onvrede. Door die levenshouding ontstaat geestelijke beschadiging die de geest afbreken. Dit laatste is minder bezwaarlijk dan het eerste omdat geestelijke afbraak veelal pas op latere leeftijd zich uit. Een geregeld zoeken naar evenwicht tussen lichaam, wil en geest leidt naar tevredenheid in het bestaan. Geluk? Tevredenheid in het bestaan vormt een juiste voorbereiding op het niet bestaan.