Mijn verantwoording.
Nadat de overtuiging zich in mij gevormd had dat de mens door drie kenmerken kan worden weergegeven namelijk: wil, lichaam en geest rijst de vraag: Kan die overtuiging ook worden onderbouwd met ervaring uit de praktijk? Verwijzen naar geschriften uit oost en west, hun auteurs en argumenten kunnen helderheid verschaffen maar blijven denkbeelden. Mijn overtuiging, dat de kenmerken een gunstige invloed kunnen hebben in ons doen en laten, werd niet door die auteurs gezien, anders waren zij daar zelf wel mee gekomen. Zij waren dan zelf wel gekomen met het benoemen van de kenmerken met algemeen bekende woorden, voor het begrijpen van die natuurlijke kenmerken. Dat zij daar niet mee gekomen zijn, zover mij bekend, kan de veronderstelling doen ontstaan dat mijn overtuiging berust op een waanvoorstelling, een gedrocht. Een gedachtespinsel rijp voor de prullenbak. Ik heb mij regelmatig afgevraagd of dat zo is. Langzamerhand werd steeds duidelijker dat ik een begaanbare weg bewandel. Maar het bewijs? Hoe bewijs ik dat? De vraag stellen is hem beantwoorden. Wanneer het mogelijk is te zorgen voor een consequente en samenhangende verantwoording met voorbeelden uit de wereld van de ervaring, acht ik de verantwoording voldoende. Vandaar de ervaring.
Voorbeeld een.
Het eerste voorbeeld sluit aan bij mijn werk uit die tijd, in de propedeuse van de academie.
Alle opleidingen van de academie hadden een gelijksoortige propedeuse, 50% gezamenlijk en 50% opleiding specifiek. Ik merkte al snel dat het probleem lag in het gezamenlijk deel. Het opleiding specifieke deel werd wel aardig bevonden, wat niet verwonderlijk was, want ze hadden gekozen voor die opleiding. Bij het gezamenlijk deel hadden de studenten de opdracht een consumenten product te analyseren, met verbetervoorstellen te komen en deze ook uit te werken door hiervoor ontwerpen te maken op papier. Zij deden dit in groepen van acht studenten uit de verschillende opleidingen. De consumentenproducten waren: wasmachine, koelkast, stofzuiger, cassetteradio. Het analyseren van het product, het demonteren en het gedemonteerde product technisch beschrijven kon de studenten nog wel boeien. Maar verbeterpunten bedenken werkte demotiverend omdat, volgens hen: ‘Als er iets te verbeteren is, hadden ze dat zelf wel bedacht!’
Individueel of in groepjes nodigde ik studenten uit van gedachten te wisselen over het onderwijs dat hen geboden werd. Ik probeerde ze zich de situatie van voor de inschrijving, voor mei van dat jaar, voor de geest te halen met vragen als:
Wat verwachtten jullie te leren bij het inschrijven van de opleiding?
Wat verwachtten jullie toen te gaan doen?
Is die verwachting uitgekomen?
Na een aantal gesprekken kon ik mij een beeld vormen van het verwachtingspatroon, ze dachten dingen te gaan bouwen en bedenken. Die verachting is niet uitgekomen. Maar ook het onderwijs boeide matig. De studie was goed te doen. Het diploma heelbaar. In ieder geval werd duidelijk dat de studenten niet uitgenodigd, geprikkeld en getart werden tot volledige inzet. Dat is wel te doen!, was de gedachte. Dat wat ze moesten doen lag buiten henzelf. Ze hadden er geen binding mee.
Dat is niet goed. Het bedrijfsleven zit hier niet te wachten.
Dat moet anders. Zodanig dat het onderwijs aansluit bij hun natuurlijke kenmerken van leven. Dan willen studenten wel werken is mijn overtuiging. Onderwijs zou zo moeten zijn dat ze om 08.00 uur ’s morgens voor de deur staan, naar binnen en aan het werk willen. Als het werk klaar is met zweet in de bilnaad het werk tonen. Dat vraagt het bedrijfsleven.
Telkens als ik het gesprek in een richting manoeuvreerde dat het misschien ook mogelijk was zelf bedachte dingen te gaan bouwen. Daadwerkelijk bouwen, zagen, knippen, lijmen, solderen, hard- en software maken, begonnen de ogen te glimmen en toonde het gezicht een lach.
‘Als dat eens mogelijk is!’
Dingen die Leuk, Uitdagend en Spannend zijn.
Ik kwam op de gedachte de studenten volledig vrij te laten in dat wat ze wilde bouwen en bedenken. Het product dat uit de geest was voortgekomen zou wel ergens toe in staat moeten kunnen zijn.
Het realiseren van de vierde bewustzijnsimpuls.
Maar met wat en waarmee, was de vraag waar ik mijn gedachten mee pijnigde. En wat zo vaak bij mij is gebeurd, gebeurde nu ook. Op een vroege ochtend, vijf uur, gaf mijn onderbewuste in combinatie met intuïtie een mogelijk antwoordt. Ik kwam op de volgende gedachte.
Context:
Eerstejaarse studenten met een HAVO opleiding, zij hebben zich ingeschreven op de academie voor de opleiding chemische technologie of elektrotechniek of werktuigbouwkunde. Een technische hogere beroepsopleiding, de propedeuse.
Ongeveer tachtig jonge mensen komen, eind augustus, voor het eerst in de aula samen. De aula is honderd meter breed en tachtig meter diep. Zij worden verwelkomd en krijgen algemene gegevens aangereikt over organisatie en de hoofdindeling van het eerste schooljaar, propedeuse, 50% samen en 50% opleiding specifiek. Over het opleidingsgerichte deel krijgen de studenten in de opleiding nadere gegevens. Het gezamenlijk deel wordt ter plaatse toegelicht.
In de gezamenlijke opdracht werken de drie opleiding samen aan een opdracht in de vorm van projectonderwijs. De studenten werken in groepjes van acht personen en elk groep is samengesteld uit de drie opleidingen.
Gezamenlijke opdracht: ( in mijn gedachten)
Ontwerp en bouw een machine die rond kan rijden in de aula, Het Ding. Het Ding moet vanaf de start een rechthoekig traject afleggen en daarbij door een poortje, over een bruggetje, door een waterbak gaan en weer terug komen bij de start. Je hebt tien weken voor het ontwerp en tien weken voor het bouwen, dus over twintig weken is de machine klaar en wordt hier gedemonstreerd. Als de machine het traject, ten overstaan van een jury, naar tevredenheid heeft afgelegd krijg je de studiepunten voor de opdracht.
Succes!
Ik toestemming voor uitvoering. Want als het waar is dat het werkt, is het de moeite waard om met een uitgewerkt voorstel te komen. In overleg met het onderwijsteam, collega’s en studenten zijn er toen drie mogelijke opdrachten voorgelegd aan een beoordelingsgroep bestaande uit studenten van de drie opleidingen en docenten. De beoordelingsgroep moest beoordelen naar criteria van Leuk, Uitdagend en Spannend.
1. Het Ding, een machine naar eigen keuze
2. Goldbergmachine
3. Een mini voertuig of vaartuig
De Goldbergmachine is toen met de hoogste score gewaardeerd, 11 punten. Het Ding scoorde 6 punten omdat de haalbaarheid de uitdagendheid drukte. De beoordelingsgroep achtte de haalbaarheid, van Het Ding, voor eerstejaars studenten te hoog gegrepen, het scoorde daardoor hoog op spannendheid vanwege de haalbaarheid. Een mini voertuig of vaartuig scoorde 4 punten, ook hier werd haalbaarheid als een probleem gezien.
De Goldbergmachine. Maar wat is een Goldbergmachine?
Rube Goldberg Biography
Rube Goldberg (1883-1970) was a Pulitzer Prize winning cartoonist, sculptor, and author.
Through his "INVENTIONS", Rube Goldberg discovered difficult ways to achieve easy results. His cartoons were, as he said, symbols of man's capacity for exerting maximum effort to accomplish minimal results. Rube believed that there were two ways to do things: the simple way and the hard way, and that a surprisingly number of people preferred doing things the hard way.
Rube Goldberg's work will endure because he gave priority to simple human needs and treasured basic human values. He was sometimes skeptical about technology, which contributed to making his own mechanical inventions primitive and full of human, plant, and animal parts. While most machines work to make difficult tasks simple, his inventions made simple tasks amazingly complex.
http://www.rube-goldberg.com


Als je op een luchtkussen gaat zitten (A), pers je lucht door slang (B) die een ijsboot (C) in beweging brengt, waardoor de brandende sigaar (D) tegen de ballon gedrukt wordt die daardoor ontploft. Dictator (F), die de knal hoort, denkt dat hij is doodgeschoten en valt daardoor op blaasbalg (G), waardoor de foto genomen wordt.
Het onderwijs programma ontwikkeld in het voorjaar van 2004 en uitgevoerd in het najaar van 2004.
Opdracht:
Ontwerp en bouw een machine die een kopje thee kan zetten in 10 of meer stappen.
In de ontwerpfase wordt het ontwerp gemaakt, in bouwfase bouw je de machine.
Halverwege de ontwerpfase staat een tussenpresentatie op het programma. Dit is gedaan om de studenten een presentatie over eigen werk te laten verzorgen, voor de eerste keer, iets te laten vertellen over hun eigen machine. Aan het eind van de ontwerpfase wordt een presentatie van het ontwerp verwacht aan de hand van een technische poster. Die presentatie wordt gehouden in de aula voor een vakjury en een publiekjury. De vakjury bestaat uit vakmensen en experts van buiten de school. De publiekjury is samengesteld uit ouders van de studenten.
Aan het eind van de bouwfase wordt de gebouwde machine weer gepresenteerd aan de vakjury en de publiekjury.
De onderwijsverandering is een groot succes geworden.
Waarom was het een succes?
Omdat wat de studenten bedacht en gebouwd hadden van binnenuit kwam, lag binnen henzelf. Omdat lichaam en geest samen handelen, doen. Het bedenken, bouwen en presenteren geeft rode wangen, rode oortjes en zweet in de bilnaad. Zodra ook nog waardering van buitenaf, jury en publiek, aansluit bij waardering van binnenuit, ontstaat welzijn.
Voorbeeld twee.
‘Kijk eens opa!’
Mijn kleinkind komt trots haar tekening laten zien, twee streepjes samen met een rondje, heeft zij zelf bedacht, zelf getekend als tweeënhalf jarige. Ze is trots op de tekening die ze zelf gemaakt heeft, loopt er mee te paraderen van mij naar mijn vrouw. Ze was een keer boos op mijn vrouw toen we haar schilderij ‘op zijn kop’ hadden opgehangen.
‘Dat is opa en dat zijn zijn benen, die moeten niet naar boven maar naar beneden.’ Tranen stonden in haar ogen. De tekening moest direct goed gehangen worden. De juiste positie werd na een tussenstand pas gevonden. Toen konden we herkennen wat ze bedoelde. Voor haar was het volkomen duidelijk.
‘Domme oma’, was het slotwoord.
Daarna kwam ze tot rust. Wat we zelf bedacht hebben, verdedigen we te vuur en te zwaard.
Voorbeeld drie.
In sport en spel komt onze eigenheid zeer goed tot uiting. Het is een handelen dat bij onze natuur moet passen willen we dat graag doen en als we talent hebben daarin tot aanvaardbare resultaten komen of als we willen uitblinken. Als je een sport of spel doet, zoek je dat uit waarvan je vermoed dat je daarin kunt presteren. De verwachting van een prestatie hangt af van de mogelijke slagingskans. Die is het grootst als het handelen bij je natuur past. Omdat je weet dat je dan er alles voor over hebt, wat mogelijk tot succes leidt. Je wilt slagen en niet falen. Omdat een inspanning die slaagt, je trost als een pauw laat rondspringen. Dat is aangenaam. Daar doe je het voor. Bij sport en spel is het doel de winst.
De grote verscheidenheid van sporten en spelen is ontstaan uit de grote verscheidenheid van individuen en culturen. Er zijn groep en individuele sporten en spelen.
Groep: ijshockey, cricket, voetbal, curling, kaarten.
Individueel: schaatsen, atletiek, schaken, tennis, vissen.
Combinaties: zwemmen, estafetteloop.
Sporters en spelers proberen voor henzelf en het team de beste resultaten te bereiken. Dat lukt alleen als ze er plezier in beleven, er lol in hebben, het graag doen. Dat doen wat bij jouw natuurlijke kenmerken past. Want dan en alleen dan doe je je best, je uiterste best. Ga je oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Ben je bereidt jezelf theoretisch en praktisch te laten onderwijzen en coachen. Je hebt er je vrije tijd, al je vrije tijd voor over zodat je kunt laten zien dat je het kunt. Als je je er helmaal voor kunt geven zet je je denkvermogen er volledig voor in, zodat een goed resultaat kan worden verwacht. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Opdat een goed resultaat ‘afgedwongen’ wordt, het ‘geluk’ als het ware wel in de schoot moet vallen. We raken dan in ‘flow’ de drie natuurlijke kenmerken worden gemaximaliseerd. Een wielrenner die na een solorit van vele kilometers op de hielen wordt gezeten door het peloton bij het naderen van de meet, weet dat hij gaat winnen en stijgt dardoor boven zichzelf uit. Een onstuimige vreugde los barst bij het passeren van de finishlijn.
Voorbeeld vier.
Ik ben van mening dat voor het werk hetzelfde geldt als in de sport. Je verhuurt je voor kunde, prestatie, resultaat en de huurder mag de juiste waar voor zijn geld verwachten. Dat lukt alleen als de verhuurder dat wat van hem verwacht wordt graag doet, zijn best wil doen, prestatie wil leveren. Alleen dan is hij bereid zijn intelligentie volledig in te zetten, opdat bereikt wordt wat verwacht wordt.
In het bedrijfsleven ben ik geweest: tekenaar, staticus, constructeur, groepsleider, chef tekenkamer, hoofd ontwerpbureau.
In het hoger beroeps onderwijs: docent (altijd gebleven), stage begeleider, afstudeer begeleider, project begeleider, plaatsvervangend studierichtingsleider, vakgroepcoördinator, opleidingscoördinator, propedeusecoördinator.
Allerlei taken gezocht en voor gevraagd waarbij ik mij regelmatig afvroeg: gaat dat wel lukken? Regelmatig zweet in de bilnaad, natte oksels. Dat maakt het werk boeiend en te doen.
Geld heeft bij mij altijd een minder belangrijke rol gespeeld. Zodra ik voelde: ‘Dit kan ik nu wel,’ gingen mijn gedachten dwalen en een richting van verandering, aanpassing. Nu ik niet meer werk, lees ik filosofische lectuur, doe vrijwilligerswerk, schrijf wat en heb een site. Vrijwilligerswerk voor overwegend ouderen en mensen die door de overheid financieel worden gesteund of van de overheid financieel afhankelijk zijn. Het invullen van formulieren voor de belasting, toeslagen, voor de gemeente en dergelijke.
Als na verloop van tijd de aandacht, geboeidheid verslapt, het plezier, het uitdagende en het beroep op denken wordt minder wordt, dan is het tijd voor verandering ga op zoek naar aanpassing. Ga op zoek naar dat wat vermaak en lering beloven.
Voorbeeld vijf.
Mijn vrouw ken ik vanaf haar zestiende jaar, als hobby heeft ze al vijftig jaar het maken van kleding overwegend voor zichzelf. In het begin van ons trouwen voor onze kinderen en zichzelf, nu ook voor de kleinkinderen. Bijna altijd heeft ze gestreefd dat te maken wat niet algemeen is. Niet dat wat ook te koop is in grote warenhuizen, dat vindt ze te weinig prikkelend. Daar loopt te veel van rond en wordt aan het eind van het seizoen grootschalig aangeboden voor een spotprijs. In de loop van de jaren heeft ze het inzicht in het maken van kleding vergroot door een opleiding tot coupeuse. Hierdoor lukt het haar beter de kleding die kwinkslag, die variatie te geven die ze in gedachten heeft. Hierdoor weet de drager dat iets bijzonders het lichaam omsluit dat niet te koop is in de winkel en wordt daar nogal eens aan herinnerd door complimentjes.
Het plezier in het vormgeven van lappen stof tot een jas, een jurk of broek spreekt haar aan. Het zoeken naar oplossingen tijdens de vertaalslag van een gezien ontwerp of eigendenkbeeld naar het realiseren van dat ontwerp vraagt nog al eens uiterste inspanning van lichaam en geest. De lichamelijke vaardigheid van het maken en de geestelijke creativiteit in het vinden van wegen tot het maken, houdt haar nu al vijftig jaren in de greep van haar hobby. De lappen en lapjes worden op de markt gekocht voor een paar Euro’s, dat geeft een extra aansporing.
Een paar weken geleden vroeg onze dochter of ze een rokje wilde maken voor ons kleinkind, vijf jaar oud. Ze had het rokje in de winkel gezien voor 80 Euro. Allerlei verschillende stofjes op een bijzondere manier vormgegeven, geplooid en geborduurd. Nadat ze het rokje had gezien, heeft ze een paar strookjes stof gekocht en met een paar afvallapjes van thuis een sterk gelijkend rokje gemaakt. Kosten 10 Euro en een dag stoeien, broeien en noestig werken. Kleindochter en dochter waren verrukt. Het tonen van het resultaat, het plezier in het maken en de waardering deed haar glunderen. Daaddoor ontstaat de drang tot weer iets nieuws, waarin lichaam en geest zich kunnen uitleven.
Voorbeeld zes.
De FIRST LEGO® League (FLL) is een wedstrijd die jongeren tussen de 9 en 14 jaar uitdaagt om de maatschappelijke rol van techniek en technologie te onderzoeken aan de hand van verschillende opdrachten. De opdrachten worden elk jaar opgehangen aan een thema en gedefinieerd in de jaarlijks wisselende “Challenge”. De kinderen werken in teams van maximaal tien deelnemers om de opdrachten zo goed mogelijk te vervullen en laten het resultaat zien tijdens regionale en nationale finales. De opdrachten zijn:
Ontwerp, bouw en programmeer een robot.
De teams moeten een volledig autonome robot ontwerpen, programmeren en bouwen. Daarbij maken ze gebruik van het LEGO MINDSTORMS® system met Robolab of RIS (Robotics Invention System) software. Met deze robot moeten tijdens de finaledagen wedstrijden worden gespeeld op een opdrachtenparcours, waarbij punten te verdienen zijn. Het parcours is zo ontworpen dat beginnende teams vrij eenvoudig punten kunnen halen. Voor gevorderde teams is het echter wel moeilijk om alle punten in de wacht te slepen: slechts 1 procent van alle teams is in staat een robot te bouwen die functioneel genoeg is om alle opdrachten uit te voeren.
Voer je eigen onderzoek uit en presenteer de resultaten.
De FLL is meer dan alleen een robotwedstrijd. Elk team voert binnen het jaarlijkse thema een eigen onderzoek uit over de maatschappelijke rol van techniek en technologie en presenteert de uitkomst tijdens de regionale en landelijke finale. Bij het uitvoeren van het onderzoek wordt van de kinderen verwacht dat ze zelf initiatief nemen en met behulp van verschillende bronnen op zoek gaan naar een probleem waar huidige wetenschappers en ingenieurs vandaag de dag mee te maken hebben. Vervolgens moeten de kinderen zelf op zoek naar een creatieve oplossing, die ze vervolgens presenteren op de finaledagen.
Wat leren de kinderen?
Kinderen leren samen te werken, ook onder spanning.
Ze leren hoe zij gezamenlijk een onderzoek kunnen uitvoeren en hoe zij de resultaten kunnen presenteren.
Ook ontdekken ze welke rol techniek speelt in hun dagelijkse leven, in hun eigen omgeving.
Ze leren functionaliteit analyseren, de robot analyseren en de robot ontwerpen.
Daarnaast leren ze de basisbeginselen van programmeren en in logische stapjes denken.
Spanning, teamwork, robots en meedingen naar een finaleplaats. Dat is in een notendop de FIRST LEGO® League. Een onvergetelijke ervaring!
www.firstlegoleague.nl
FLL@techniekpromotie.nl.
Voorbeeld zeven.
ABN Amro bestuursvoorzitter G Zalm, BN/DESTEM 24-12-2009.
[...]
Minister Bos zei eerder dat Zalm kan worden weggehaald bij ABN, als blijkt dat hij fouten heeft gemaakt bij DSB. Zalm zei wel dat hij ondanks alle commotie rondom zijn persoon nooit heeft overwogen op te stappen bij ABN Amro.
“Geen moment. Lastigheid is leuk, ik floreer meestel als er uitdagingen zijn. Die zijn er volop, dus het is leuk om te doen.“