Mijn natuur

De vierde bewustzijnsimpuls ontstond in het najaar van 2003. Ik was inmiddels 58 jaar en had al ruim een jaar een werkweek met 25% minder uren, op papier. In de loop van dat jaar ben ik werk gaan afbouwen, om dat ook in te verwerkelijken. Daar moet je in het onderwijs zelf actie voor nemen.
Daardoor ontstond ruimte om invulling te geven aan een onderwerp dat bij mij al jaren op een wensenlijstje stond, filosofie. Ik wist nog niet wat dat inhield, het leek me boeiend. Enige jaren daarvoor had mijn vrouw een cursus filosofie gedaan, gestopt, maar de boeken lagen er nog.
Jan Bor, 25 eeuwen westerse filosofie.
Cor Schavemaker en Harry Willemsen, Over de moraal van de mens.
Een eerste aanzet betekende deze boeken te openen en lezen. Al snel ontstond, en ontstaat nog steeds, herkenning en verwondering. Het duurde een paar jaar voor ik door had wat filosofie inhoud. Filosofie, wijsbegeerte, liefde tot de wijsheid, juist handelen. Ik vraag mij dan ook af waarom filosofie in het onderwijs van laag tot hoog niet op het programma staat. Gedachtevorming over onderwerpen die in het oosten en westen uitgedragen worden door mensen in het dagelijks leven en het ´hogere´ geestelijke leven. Filosofie beschrijft ons gedrag als mens. Begripsvorming van menselijk gedrag. Beschrijft mensenkennis. Waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen in hun doen en laten, gevoelens en denken. Als je kunt begrijpen waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen, kun je daarop inspelen. Hun gedrag begrijpen. Dat wil beslist niet zeggen dat je met al hun gedrag instemt. Maar wel of communicatie of dialoog tot de mogelijkheden behoort en misschien elkaar kunt helpen tot onderling begrijpen. Samen een pad uitzetten waardoor het begrijpen een leefbaar samenleven wordt. Daarvoor kunnen we filosofische gedachten uit oost en west als leidende gedachten oppakken. Zowel in het oosten als in het westen kan het gedrag van mensen tot drie kenmerken worden  samengevoegd en omschreven;
Handelen, het doen.              
Hartstocht, het voelen.
Geest, het denken.    
Deze drie kenmerken bepalen ons wel en wee, ons leven op deze bol. Het zijn de kenmerken van onze natuur. Onze natuurlijke kenmerken kunnen ook omschreven als: ons lichaam, ons hart en ons hoofd. In de oosterse en westerse filosofie worden deze kenmerken door talrijke verschillende woorden weergegeven.

Twee voorbeelden citeer ik, als eerste de Bhagavad Gita Zoals Ze Is, beschrijft de kenmerken vanuit de Vedische literatuur en als tweede De Staat van Plato: 

Bhagavad Gita Zoals Ze Is. (VII, vers 13), [Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta]
    Begoocheld door de drieërlei aard der stoffelijke natuur (goedheid, hartstocht, onwetendheid), is de gehele     wereld onbekend met Mij [Krsna], die boven de geaardheden ben en onuitputtelijk.
    De gehele wereld is in de ban van de drie geaardheden der stoffelijke natuur. Degenen die begoocheld zijn     door deze drie geaardheden kunnen niet begrijpen dat er, ontstegen aan deze stoffelijke natuur, een     Opperheer, Krsna, is. In deze materiële wereld bevindt iedereen zich onder de invloed van deze drie guna’s en     is hierdoor begoocheld.
    ‘Tama-guna’,   Onwetendheid, komt tot dwaasheid
    ‘Rajo-guna’,    Hartstocht, komt tot verdriet
    ‘Sattva-guna’, Goedheid, komt tot werkelijke kennis

De Staat, Plato (Boek 9 HVII en HVIII), [Dr. M. van der Hoek]
    “Daar de ziel van iederen individueelen mensch, evenals we den staat in drie elementen hebben onderscheiden,     in drie factoren kan ontbonden worden, […]. ’t Komt me voor, dat elk van de drie factoren één genoegen kan     smaken, dat als het eigenaardige van elken factor kan beschouwd worden; elke factor heeft tevens zijn     begeerte en wijze van heersen.”
    “De eene factor, zeiden we, is die, waarmede men leert [wijsheid-lievend], de andere, waardoor het dappere     [twistziek en eerzuchtig] in ons gewekt wordt, den derden konden we om zijn gemengden aard geen     bepaalden naam geven, maar we noemden hem naar zijn grootste en krachtigste vermogen. We gaven     daaraan den naam van ’t begeerlijke [geld- en windzuchtig], wegens de heftigheid van zijn verlangen naar     eten en drinken, naar bevrediging van wellust en van wat daarmee gepaard gaat; (we gaven hem ook den     naam van) geldzucht, omdat dergelijke begeerten het meest door geld bevredigd worden.”

Dat was de vierde bewustzijnsimpuls, omdat mij als in een flits duidelijk voor de geest kwam wat de geïnterviewde bedoelde toen hij antwoordde op de vraag :
     'Wat zoek je voor werk?’
     ‘Het soort werk maakt niet uit, als het maar leuk, uitdagend en spannend is.’
Het stond in een artikel van een paar jaar geleden over: de redenen waarom jonge mensen solliciteren op een vacature.  Ik dacht toen: Zo moeten wij onderwijs maken! Nu kwam ik de zelfde gedachte anders omschreven weer tegen bij Plato en later bij vele anderen. Kennelijk zijn wij mensen zo ontwikkeld dat drie natuurlijke kenmerken in ons te onderscheiden zijn. Drie kenmerken die ons vormen en van elkaar afhankelijk zijn. We zijn geen mens als een van de kenmerken niet functioneert.
    Geen menselijk lichaam, zonder hartstocht en geest.
    Geen menselijke hartstocht, zonder lichaam en geest.
    Geen menselijk geest, zonder lichaam en hartstocht.
Dat in mijn natuur, onze natuur. 

Als die kenmerken ons wel en wee bepalen, kunnen ons wel en wee dan door die kenmerken laten beïnvloeden en op welke manier? Welke elementen van het werkelijke leven spelen een rol bij dat wat we graag doen, of juist niet? Wat we graag doen is individueel en daardoor verschillend. Wat we graag doen is afhankelijk van onze natuur, onze aanleg. Dat wat het beste bij de je persoon past. Jouw persoon, jouw natuur. Hoe weet je wat het beste bij je past? Dat kun je alleen bij je zelf ontdekken door te doen, te handelen. Werkende weg. Dingen nadoen van jongs af, knutselen, boetseren, tekenen, LEGO bouwen, voorgelezen worden, plaatjes kijken, muziek, dans, sport. Het is van belang, van het grootste belang dat te doen wat je graag doet. Je daarin vrijgelaten en ondersteund weten.
Jonge dieren in de natuur zoeken, stoeien en rennen met hun leeftijd genoten en zoeken naar de vaardigheden waar ze goed in zijn. De moeder kijkt toe en stuurt het natuurlijk gedrag als dat nodig is. Het zoeken naar vaardigheden leert onszelf kennen. Leert de vaardigheden kennen die we plezierig of onplezierig vinden. Vaak zijn de plezierige elementen de sterke elementen in ons. Het versterken van die plezierige elementen van onze natuur doen we graag. We bekwamen ons graag in die elementen omdat ze aansluiten aan onze natuur. We weten van nature dat dat de elementen zijn waarin we onszelf kunnen profileren en daardoor overleven. Het vinden van die elementen in onszelf kun je alleen ontdekken door veel verschillende dingen te doen. De kinderjaren en schooljaren zijn een geweldige tijd voor die zoektocht. Die tijd staat het maken van fouten ‘ongestraft’ toe. Het zijn de wittebroodsjaren van de jongvolwassenen. Samen met vriendjes en vriendinnen ongedwongen ontdekken. Sport en spel zijn bij uitstek zoekvormen naar de natuurlijk aanleg. Welke sport of welk spel past het beste bij je persoon? Waardoor word je geroerd? Hoe groot is de wil tot winnen? Wat heb je er voor over? Dit soort vragen komen aan bod en worden beantwoord. Daardoor kun je jezelf leren kennen. Uitproberen, een nieuwe zoektocht en zo komen tot een zelfbeeld. Waarbij je mag hopen dat dat beeld op volwassen leeftijd zich in een volwassen richting ontwikkeld die bij je natuur past. Alleen dan kun je bij vervolmaking jezelf gelukwensen.
Kinderen die van jongs af gedwongen worden bepaalde handelingen te verrichten die niet bij hun natuur passen, zullen die handelingen over het algemeen niet voortzetten als ze volwassen zijn geworden. Dan gaan ze hun eigen weg, de weg die past bij hun natuur. Waarbij soms radicale omwentelingen voorkomen. Een technische studie op academisch niveau wordt halverwege afgebroken en wordt een studie medicijnen of biologie gestart. De oorspronkelijke studie of omdat vader ook ingenieur is of het bedrijf over genomen moet worden of omdat moeder er mee kan pronken, wordt aan de willigen gehangen. Die zoektocht die dan wordt doorlopen wordt moeilijk en hard, omdat er geen voorwerk is verricht. Die tocht leidt dan wel tot een snelle zelfverantwoordelijke volwassenheid omdat alles uit de kast gehaald moet wordt voor het overleven in de nieuwe studie. Je weet plots dat je er alleen voor staat, alles in eigen hand hebt, er alleen op uit moet. Als dat lukt, de studie afmaken, ligt het goede leven binnen handbereik. Omdat je dan tijdens je studie zeer gesterkt wordt in de elementen die van nature bij je passen. De begaanbare weg die bij je past komt op een harde manier voor je geest, je moet hem bevechten. Maar je hebt bevrijd de keuze gemaakt. De geest de vrijheid gegeven de weg te zoeken en dat leidt tot plezier, tevredenheid.

Studenten, leerlingen die zich aangetrokken voelen tot een opleiding zouden moeten kunnen vertellen wat en waarom die opleiding aantrekt. Het is jammer dat jonge mensen dat niet of moeilijk onder woorden kunnen brengen. Meestal komt het antwoord op de vraag niet verder dan: het lijkt me wel leuk. Dat is ook niet zo verwonderlijk want ze weten niet wat de studie inhoud en wat een eventuele beroepsuitoefening van de studie inhoud. Op grond waarvan kan een juiste keuze van een studie dan worden gemaakt? Zijn er eigenschappen in jezelf die een juiste studiekeuze verantwoorden of zo dicht mogelijk bij een verantwoorde keuze in de buurt komen? Ik ben van mening dat die eigenschappen in onze natuur te kennen zijn. Je moet wel op zoek gaan naar die eigenschappen in jezelf. Anders gezegd op zoek gaan naar de eigenschappen in jezelf die onze natuurlijke kenmerken vertegenwoordigen.
De eerste eigenschap is: dat wat je graag doet.
Dat klinkt heel eenvoudig maar is daardoor niet eenvoudig. Vraag je zelf af wat: wat doe ik graag? Wat zou ik graag voor een sport doen? Voetballen, honkbal, tafeltennis, hardlopen? Welk beroep zou ik graag willen uitoefenen? Het gaat om: plezier, leuk. Een bezigheid waar het lichamelijk aspect het wezen is. Het uitnodigen tot handelen, tot doen.
De tweede eigenschap is: dat wat je passie is.
Vraag jezelf af: waar wil ik voor strijden? Kan ik daar alles voor opzij zetten? Niet stoppen voordat het bereikt is? Het gaat om: uitdaging. Een bezigheid waar het hartstochtelijke aspect het wezen is. De wil tot winnen. De strijd aangaan.
De derde eigenschap is: dat wat je volledige geestdrift vraagt.
Vraag jezelf af: kan ik mij daar volledig voor inzetten? Kan ik mij daar helemaal voor geven? Het gaat om: spanning. Een bezigheid waar het denkend aspect het wezen is. Alles van willen weten. Geestelijk volledig aan overgeven.
Als je dat gevonden hebt, wat je fijn vindt om te doen, door gepassioneerd bent en geestdriftig van wordt, heb je waarschijnlijk dat gevonden dat bij jouw natuur past. Ga dat doen!