Mijn geest
Ontstond 65 jaar geleden ook mijn geest, bij het binnendringen van de zaadcel in de eicel? Ik was het mij niet bewust. Ik kan mij er niets van herinneren. Alleen celdeling zette de vorming van mij in beweging, van mijn wil en lichaam. De vorming van de hersenen vindt later plaats en bewustzijn na de geboorte. In de kleuterjaren kom je tot de ontdekking dat er zich iets in je hoofd afspeelt. Zoals bij mijn kleindochter:
‘Oóhoóp’, roept Maud mijn kleindochter, drie en een half jaar oud.
‘Ja Maud.’
Maud noemt mij Oop en spreekt het uit als een koosnaampje.
‘Zullen we gaan kleien?’
‘Goed Maud, pak de klei maar.’
Maud pakt de pot met boetseerklei, het kleiblad, kleigereedschap en brengt het naar de tafel, waar alles netjes wordt uitgestald.
‘Wat gaan we kleien. Maud?’
‘Ik weet het nog niet.’
‘Ik draai een paar bolletjes, dan kun jij even nadenken.’
Er wordt wat gerommeld en er worden bolletjes gedraaid.
‘Weet je al wat het wordt, Maud?’
‘Nee, het zit nog niet in mijn hoofd.’
‘Oh, dan wachten we nog even.’
‘Ja, ik weet het!’
‘Nou, wat wordt het?’
‘Pannenkoeken!’
‘Goed, wie maakt pannenkoeken en wie de koekenpan, want de pannenkoeken moeten toch gebakken worden?’
‘Ik maak pannenkoeken.’ Zegt ze beslist.
Ze realiseerde zich dat als je iets wilt doen dat eerst in je hoofd aanwezig moet zijn. Je een beeld in je hoofd moet hebben, je je iets voor geest moet halen en het daarna pas met je handen kunt gaan doen. Ze realiseerde zich dat de keuze tot handelen in het hoofd wordt gedaan. In het hoofd gebeurt iets. We vormen denkbeelden in onze verbeelding.
Na de geboorte gaan de hersenen zich ontwikkelen. De celgroei van de hersenen is enorm. Vandaar dat jonge kinderen en kinderen bijzonder veel kunnen leren. De moedertaal wordt in de babytijd als het ware met de paplepel in de hersenen geschept. Op jonge leeftijd kunnen kinderen verschillende talen gelijktijdig leren. Taalvaardigheid en woordenschat is op jonge leeftijd de taak van de ouders. Door veel met het kind te praten over allerlei zaken, gebruik van verschillede woorden voor het zelfde begrip is van bijzonder groot belang. Gangbare ‘moeilijke’ woorden niet vermijden. En al helemaal geen vervangwoordjes voor alledaagse verschijnselen. De juiste woorden voor de juiste zaken. Auto, geen tuuttuut. Hond, geen wafwaf. Autoped of step, geen tep. De goede TV programma’s zijn een noodzaak, bijvoorbeeld Sesamstraat, KRO kindertijd. Afwisselend met verschillende dingen creatief bezig zijn, vaardigheden oefenen, knippen, plakken, kleuren, bouwen, LEGO bouwen, poppen aan- en uitkleden. Buitenspelen met andere kinderen bijvoorbeeld in een speeltuin. Waarbij diverse vaardigheden worden geoefend. Het spelen, op elkaars beurt wachten, glijbaan, wip enzovoorts. Zodat de celgroei in de hersenen ook ingezet wordt voor het verwerken en opslaan van nieuwe gegevens. Alle zintuigen kunnen actief ingezet worden om de hersenen te vullen met gegevens: zien, praten, horen, ruiken en voelen. Bij het bakken van koekjes of taartjes worden alle zintuigen gebruikt. Deeg bereiden, vormen kiezen, koekjes versieren, bruin laten bakken en opeten, een feest voor het kind. Dat wat je zelf gemaakt hebt, daar ben je bijzonder trots op en daarvan wil je iedereen laten mee genieten. Zo kun je ontdekken wat je graag doet, leer je wat je aangenaam vindt. Leer je dat wat bij je past. Dat wat je fijn vindt om te doen past bij je natuur. Als ouder hoor je daarop alert te zijn zodat je erop kunt inspelen. Het is van belang het kind de eigen creativiteit zelf te laten ontdekken en ontwikkelen. Ze begeleiden op een manier die het kind vraagt. Het bewust sturen van een kind in een richting die je als ouder graag ziet in niet verstandig. De richting past misschien niet bij de natuur van het kind. U denkt dat misschien te weten, maar de kans dat u weet is net zo groot als een kans op 25 miljoen euro uit de staatsloterij. De ouder is over het algemeen de juiste begeleider. In de kinderopvang, naschoolse opvang zijn kinderen verworden tot een project. Handel! Het begeleiden van de kinderen in hun ontwikkeling is niet hun bedrijfsdoel. Het bedrijfsdoel is geld voortbrengen. Neem eens kijkje in de slaapplaats voor baby’s. Slechts de ruif ontbreekt.
Van mijn vroegen kinderjaren kan ik mij maar weinig herinneren. Mijn herinneringen gaan terug tot mijn vijfde of vierde levensjaar. Daarvoor kan ik mij niets herinneren. Ik kan mij herinneren dat ik samen met mijn twee jongere zusjes in bed lag in de woonkamer. We hadden een kinderziekte de mazelen, hadden het alle drie gelijktijdig. Wij moesten onszelf vermaken. Mijn moeder drie kinderen op rij, was te druk met de verzorging en de eindjes aan elkaar te knopen eind vijftigerjaren van de vorige eeuw, vlak na de tweede wereldoorlog. Ik eiste wel de aandacht op en was daardoor ‘lastig’. Omdat ik waarschijnlijk thuis te weinig aandacht kreeg eiste ik die dan maar op op de kleuterschool. Het gevolg was een paar keer opgesloten te worden in het kolenhok van de school.
Rond het zevende levensjaar gaan we ons realiseren dat ook andere mensen gedachten en gevoelens hebben. Dat hebben alleen mensen. Dieren hebben geen gedachten, kunnen niet terugkoppelen en conclusies trekken. Dieren hebben wel verstand kunnen situaties overzien door gebruik te maken van hun instinct en herkenning. Lukt het of lukt het niet. Een situatie onmiddellijk kennen. Het plotseling kunnen inspelen op gevaarlijke situatie. Als je met de hond aan het wandelen bent, kan het gebeuren dat de hond ineens stopt. Gaar zitten, niet meer wil lopen. Het anker is uitgegooid. Er is geen beweging in te krijgen. De omgeving afspeurend zie je eerst niets. Tot in de verte iets vaags zichtbaar wordt. Hond en man. Ze komen naar je toelopen. Rustig wachten en stil blijven staan. Mijn hond gaat liggen. Totdat de hond en man voorbij zijn. Dan staat hij op en wandelt verder. Een ‘gevaarlijke’ situatie is door mijn hond ongevaarlijk gemaakt.
Wij kunnen naast het gebruik ons verstand ook redeneren. De rede is de menselijke eigenschap waarmee we afwijken van de dieren. We hebben dan wel unieke eigenschappen, maar ook weer niet zo uniek dat we geen dieren meer zouden zijn. De rede, het vermogen om begrippen te vormen. Begrippen als: groot, klei, warm, koud, lang , kort, gevoel, zijn binnen de eigen betekenis onbepaald maar kunnen in woorden worden uitgedrukt.
De werking van de hersenen wordt steeds duidelijker, maar waar we staan weten we niet. Vermoedelijk is het kind van kennis zojuist verwekt, is de meest optimistische zienswijze. Waar de wetenschap staat weet ze niet, er is nog zoveel onbekend. De laatste jaren zijn ‘flinke’ vorderingen gemaakt. Elektronisch onderzoek van de hersenen, meting van de hersenactiviteit, in combinatie met verschillende handelingen die de proefpersoon moet verrichten hebben schemer in de duisternis gebracht rondom het gedrag van pubers in de periode van de adolescentie. Kinderen van acht jaar en adolescenten tot vijfentwintig jaar doen verschillende taken, computerspelletjes en dagelijkse activiteiten waarbij gelijktijdig gekeken wordt naar de hersenactiviteit. De hersenen bestaan uit circa 10^12 cellen, een miljoen keer miljoen, en 10^15 onderlinge verbindingen, drie dimensionaal. Denk aan miljoenen spinnenwebben door elkaar heen. Daaruit ontwikkelt zich dan onze geest, intellect, verstand, rede, oordeelsvermogen, uit al die miljoenen verbindingen. Hoe de hersenen dat doen is voorlopig nog een vraag. Ons bewustzijn is een manier waarop de natuur ons de mogelijkheid geeft om te kiezen. Bewust kiezen, afwegen van mogelijkheden. Ons oordeelsvermogen laten wikken en wegen en dan de keuze maken.
Ons oordeelsvermogen oefenen we tijdens ons leven. Oefenen we in het maken van keuzen over situaties die we meemaken. Omdat dan getoetst wordt of de keuze de proef in de werkelijkheid kan doorstaan in ons streven tot overleven. Het toetsen in de werkelijkheid vormt het oordeelsvermogen. Als de keuze onjuist is geweest ondervindt je daar schade van. Ons streven is zo weinig mogelijk schade op te lopen. Zoals mijn kleindochter, toen twee en een half jaar oud, dat ervaarde. Nadat zij, ondanks herhaalde waarschuwingen dat de wokpan op het fornuis nu warm is, toch de wokpan aanraakte. Ze verbrandde haar vinger licht. Waarna het feest kon beginnen, de vinger koelen onder het stromende koude water.
Het toetsen van keuze in de werkelijkheid is een voorwaarde bij de beoordeling van de keuze. Bij het maken van die keuze spelen allerlei factoren een rol.
De culturele achtergrond kan soms bepalend zijn bij het overwegen. De keuzevrijheid wordt vaak door de cultuur beperkt, zozeer zelfs dat van een keuzevrijheid geen sprake meer kan zijn. De keuze is dan cultuurbepaald. Een gesloten maatschappij, gedogmatiseerd en gedrogeerd. Daardoor wordt de menselijke zelfstandigheid teruggebracht tot het dierlijke, tot het aanschouwelijke. Het dier beschikt alleen over voorstellingen van de werkelijkheid. Dat wat de mens ‘verheft’ van het dier is hem dan ontnomen. Daardoor is het vrije denken slechts mogelijk binnen onszelf. Als dat binnen een dergelijke cultuur al tot ontwikkeling kan komen, omdat vrije toetsing niet mogelijk is.
De ervaring leert ons een keuze te maken in een situatie door de gegeven situatie te vergelijken met gelijksoortige situaties die we meegemaakt hebben. Welke keuze we daarbij gemaakt hebben en hoe die keuze in de werkelijkheid uitviel. Bij ingewikkelde situaties halen de hersenen alles uit de kast. Al wat in ons is geëvolueerd, zoals de erfelijke gevoelswereld, wordt meegenomen in de overweging. De keuze zoekt altijd in een richting waar de overlevingskans zo groot mogelijk is en de inspanning zo klein mogelijk.
Het karakter beïnvloedt de keuze vooral als de kans op overleven in het geding is. De manier waarop wij in het leven staan is erfelijk bepaald en opvoedingsafhankelijk. Beschikken we over een sterke wil om te overleven, dan zullen we alles in het werkstellen dat dat leven ook in stand houdt. Soms houdt dat in een 'samenwerking' met een dooddreiger, of in ieder geval geen tegenwerking. Voor de buitenstaanders kan dat als heulen met de vijand worden beschouwd. Die buitenstaanders bevonden zich op echter een veilige plaats, tijdens het gevaar. Denk aan oorlogssituaties, kidnapping en ontvoeringen.
Het intellect helpt bij het maken van keuzen, door de werkelijkheid zo juist mogelijk waar te nemen en helder te plaatsen in het bewustzijn. Waarna door middel van begripsvorming ons oordeelsvermogen een zo juist mogelijke keuze kan maken, in een richting van overleven.
De leeftijd speelt een rol omdat de hersenen ongeveer vijfentwintig jaar nodig hebben om zich te ontwikkelen. Direct na de geboorte worden onze hersenen gevuld met gegevens uit de omgeving. Onze zintuigen speuren de omgeving af en slorpen alles op wat maar opgeslorpt kan worden. De eerste drie tot vier levensjaren worden uitermate belangrijk geacht voor een juiste start van de overige twintig. Een liefdevolle begeleiding in een rustige omgeving is van levensbelang tijdens de eerste jaren, waarbij het kind zich zelf ontwikkeld. In de pubertijd wordt vooral gezocht naar uitdagende situaties. Het pleziergebied in de hersenen daagt de puber uit tot ondoordacht handelen. Gevaarlijke situaties worden gezocht om zich te profileren. Ik kan dat. Ik durf dat. Achteraf kan de puber de handeling als onverstandig beoordelen, als een onverstandige keuze. Maar als een dergelijke situatie zich weer voor doet, doet hij het weer. De hersenen zijn nog voornamelijk ingesteld op het krijgen van complementjes en daar zijn ze continu naar opzoek. Afkeuringen en straffen laat de puber onberoerd, hebben nagenoeg geen invloed. De leeftijd neemt het verlies en gaat opzoek naar stimulans en bevestiging. Rond het twintigste levensjaar komt eigenverantwoordelijkheid voor het gedrag tot ontwikkeling. Dan voelt de adolescent zich verantwoordelijk voor eigen falen en wil daar verbetering in brengen. Gedurende de overgangsjaren naar de volwassenheid, vijfentwintig jaar, gaat het nemen van de eigenverantwoordelijkheid steeds betere vormen aannamen. Gaat steeds meer zijn best doen zich als zelfverantwoordelijke volwassene te kunnen profileren. Denkcapaciteiten inzetten zodanig dat de zelfverantwoordelijkheid een taak kan worden gegeven en die naar volle tevredenheid vervullen dat wordt het leidmotief voor de volwassene. Dat vraagt een denkactiviteit gericht op het overleven als volwassene in veranderende situaties. Als het gelukt is dat te realiseren in situaties die passen bij zijn natuurlijke capaciteiten, talenten, begaafdheden, dan voelen we ons een gelukkig, tevreden, geslaagd individu. Het is dan ook van belang, van het grootste belang, deze talenten gedurende de eerste vijfentwintig jaar van ons leven in onszelf te zoeken en te ontdekken. Alleen die activiteiten die geïnspireerd zijn op onze natuur, onze natuurlijke aanleg, kunnen we met plezier blijven vervullen in allerlei veranderende situaties. Kunnen we weloverwogen aan, ons kunnen laat ons niet in de steek. Activiteiten die we van nature vervelend vinden, waarvoor we geen aanleg hebben, zullen we zoveel als mogelijk negeren. Zullen we ons niet voor inspannen. Tenzij slaafs.
De geest is onrustig, constant op zoek naar verandering. Die onrust, dat zoeken, houdt onze creativiteit gevangen. Ze kan niet boven komen drijven, blijft weggestopt in het onbewuste. Rust, regelmaat en rust laat creativiteit naar de oppervlakte, in het bewustzijn komen. Door de ogen te sluiten, een ‘middag’ dutje of naar buiten te staren daalt de hartslag en ontwaakt creativiteit. Ontwaakt zin in leven. Als een staat de mogelijkheid schept om zijn ingezetenen ’s middags onder werktijd een half uur te laten slapen, de ogen te laten sluiten, ontwaakt creativiteit die omgezet wordt in bruisende ontwikkelingen. Mijn creativiteit toont zich in de nanacht na een plas of even voor het afgaan van de wekker of in bad of tijdens een dutje. In de mijmerfase van de slaap komen plots flitsende gedachten met verrassende beelden. Als een moeilijke situatie om een oplossing vraagt, ben je geneigd de hersenen een oplossing af te dwingen, dat lukt meestel niet. Beter kun je de situatie even wegzetten in het geheugen en zeggen tegen het intellect: ‘Zoek een oplossing!’ Andere dingen gaan doen. Het bewustzijn schonen van de situatie(s). Plots als je in bed ligt of douchet komt de oplossing in het bewustzijn. Bij mij werkt dat. En… wat werkt is waar.