Mijn lichaam
65 jaar geleden ben ik verwerkt, zoals ik heb beschreven in ‘mijn wil’. Eén van de 100 tot 650 miljoen zaadcellen van de lozing drong 65 jaar geleden de eicel binnen in de baarmoeder van mijn moeder. Eén daarvan had zoveel levenswil dat hij de eicelwand kon doorboren. Mijn lichaam vormde zich uit die zaadcel en die eicel waarin mijn wil tot stand kwam, mijn levenswil. Het is mijn wil, uniek voor mijn persoon. Mijn wil gekregen van mijn moeder en vader zal tijdens mijn leven actief zijn en door mijn lichaam zich uiten. De natuur zal tijdens mijn leven mij oproepen tot het doorgeven van leven, wil doorgeven aan nieuw leven. De reden van mijn bestaan, mijn levensdoel, is wil doorgeven. Daar heb ik een aantal jaren de gelegenheid voor. De langste tijd van mijn leven staat in de schaduw van de kortste tijd, het vervullen van de doorgeeftaak. Ongeveer een derde van een mensenleven geven mensen het leven een paar keer door. Gelijktijdig eist het nieuwe leven of levens verzorging en opvoeding. De tijd van het vervullen van de doorgeeftaak is zo kort ten opzichte van het leven, omdat de natuur de daad van zoveel meer waarde acht dan het leven. Het leven is van de daad volledig afhankelijk. Het doel van leven van de man is slechts een streven voor een paar seconden. Hij moet het lichaam daarvoor ongeveer 80 jaar meeslepen. De daad ten opzichte van leven is zo belangrijk, dat de natuur dit in een verhouding tussen daad en leven laat uitkomen. Het lichaam van de man hoeft slechts een paar seconden te zijn, soms een paar keer een paar seconden. Maar dat is het dan wel. Eén leven verwekken en 80 jaar leven. Twee seconden ten opzichte van een leven, ofwel ongeveer: 2 : 60*60*24*365*80 = 2 : 2*10^9 , 1 : 10^9.
Een vrouw negen maanden voor het voldragen van de vrucht, ook zij misschien een paar keer. Dat is waarschijnlijk de rede dat de natuur dat tijdverschil, een paar keer een paar seconden en een paar keer negen maanden, tussen man en vrouw corrigeert, met een cadeau voor de vrouw die statistisch drie jaar langer leeft dan de man. Ik weet niet of ze daar zo blij mee kan zijn. Met dit sombere vooruitzicht sturen man en vrouw nieuw leven de wereld in. Nog afgezien van alle ellende, al het lijden, dat ons te wachten staat. Het is niet anders we zullen het ermee moeten doen. Daardoor hebben we zeeën van tijd om het leven aangenaam te maken of te kwellen. Beide kunnen we sturen als we ons de luxe kunnen permitteren. Helaas lijdt het mensenras in het overgrote deel van de wereld. Het leven enigszins leiden is voor hen moeilijk, zeer moeilijk. Het onaangename legt het mensenras zich voor een belangrijk deel zelf op, door het menselijke egoïsme, door het welzijn te beperken tot enkele delen van de wereld. Waar een leefbaar leven te leven is met de eerste levensbehoeften, eten en drinken en een dak boven het hoofd. Het aantal mensen dat een aangenaam leven mag leven en dat zelf kan inrichten op deze bol is relatief gering. De jongste eeuw leven de ‘uitverkorenen’ in wat genoemd wordt het westen van de wereld. Deze luxe heeft zich over de wereld verplaatst, zoals de eeuwen door de tijd. Van de oudheid tot nu: China, India, Egypte, Griekenland, Italië, Europa, het Westen. Neemt het Oosten deze of volgende eeuw de luxe fakkel over? Ik zal het niet meemaken. Mijn doorgeeftaak is vervuld, ik mag vertrekken.
Gedurende de 80 jaar, waarvan slechts een paar seconden is gereserveerd voor onze primaire taak is het menselijk het ‘er het beste van te maken’. Een gering deel van de wereldbevolking heeft die mogelijkheid. Op wereldschaal is de mens nog lang niet bereid leefbaarheid te verdelen. Ben je in de bevoorrechte omstandigheid de leefbaarheid in te vullen is dat aangenaam. We vinden het fijn dingen te doen die aangenaam zijn. Die dingen willen we graag herhalen en hebben daar veel lichamelijk en geestelijke inzet voor over. In de westerse wereld uit zich dat in ons handelen. In andere culturen verwacht ik dat ook, verwacht ik dezelfde kenmerken.
Een kind dat opgroeit, doet graag de oudere na. Het ziet hoe de oudere eet, speelt en loopt. Die handelingen wil het ook kunnen doen. Al snel neemt het de lepel van moeder over en doet het eten zelf in de mond. Het eten dat het lekker vindt, anders eet het dat niet of proest het uit als het zich vergist of opgedrongen wordt. De smaakpapillen geven direct aan wat ze aangenaam vinden of niet. Dat geldt niet alleen voor de smaak, maar voor alle zintuigen. Wat de zintuigen aangenaam vinden wordt als fijn ervaren. Wil je graag nog eens meemaken. Daar waar je je best voor moet doen verhoogd vooral het plezier als de poging slaagt. Dat valt vooral op bij spelletjes. Zodra je een beetje kunt lopen komen de hardloop wedstrijdjes. Je rent weg en vindt het geweldig als de oudere doet alsof inhalen niet lukt. Lachen, gieren en vreugde dansjes zijn het gevolg bij winnen. Het kind is in de wolken als het wint. Het niet winnen wordt als heel vervelend gevonden waarbij een huilbui het feestje doet omslaan in ramp. Dat kun je als oudere alleen voorkomen door het kind te laten winnen. En dat doe je dan ook zo af en toe. Als ouders heb je snel in de gaten welke spelletjes of handelingen je kind graag doet. Die verschillen tussen meisjes en jongens, maar ook tussen meisjes en jongens onderling. Je vermaakt ze het beste met die spelletjes die het beste bij ze passen. Die passen dan ook het beste bij de individuele natuur. Heb je die activiteit bij het kind ontdekt dan, adviseer je die activiteit bij het kind waardoor je het meestal gunstig stemt. De kans van slagen is dan beduidend groter dan wanneer je het een spelletje adviseert dat het kind niet leuk vindt. Wat voor kleine kinderen opgaat, gaat ook op voor grotere kinderen en volwassenen. Eenieder doet graag dat wat hij fijn vindt, leuk vindt. Ik hoor wel eens het commentaar van: ‘We kunnen toch niet alleen maar leuke dingen doen?’ Nee, maar het overgrote deel van het doen moet je fijn vinden. Laat de 80-20 regel het leidmotief zijn een vuistregel. Dingen die je fijn vindt 80% en niet fijn 20%. Anders raakt je motivatie uitgeblust. Dan verwordt het doen tot mechanisch handelen, tot slavernij, tot stress. Overspannenheid, opbranden, burn out kan het gevolg zijn.
In de leeftijdgroep van 13-15 jarigen kunnen plezierige dingen doen, soms tot onplezierige situaties leiden. Het zelfverantwoordelijkheidsbesef heeft zich op deze leeftijd nog onvoldoende ontwikkeld. Gevaarlijke situaties worden nog onvoldoende gezien, omdat ons waarschuwingssysteem pas op ongeveer 20-jarige leeftijd signalen hiervoor gaat geven. De vreemdste en gevaarlijkste handelingen worden gewoon ondernomen. Een solozeiltocht over de wereld. Het ver uit de trein hangen en op tijd intrekken, met gevaar voor onthoofding. Dat dan ook af en toe gebeurd. Comazuipen, zoveel alcohol tot je nemen dat je in coma raakt. Met zeer grote kans op alcoholvergiftiging en ziekenhuis opname. In zeer ondiep water duiken van een drie meter hoog. Deed ook ik. Van een viaduct afspringen in het water, met zo dicht mogelijk naast een plezierjacht. De schipper schrikt enorm, de jeugd lacht. Het jacht raken met zwaar lichamelijk letsel haalt af en toe de krant. De schipper niet was gaan varen voor een verhaal in de krant. Soms ook zeer positief. Een aantal jongeren dat in de winter pardoes in een sloot springen als een oude baas met zijn autootje in de sloot belandt. Verkleumt en onder het vuil brengen ze hem aan wal. Een paar volwassenen stond erbij en keken er naar. Hulp werd door hen geboden met de handen. Op de kant trekken van het slachtoffer en de redders.
Waarom jonge mensen bepaalde dingen wel doen en andere niet kunnen ze vaak niet onder woorden brengen. ‘Ik vind het wel of niet leuk’, is het maximaal haalbare. Dit geldt overigens voor elke, voor bijna elke leeftijdsgroep. Waarom bepaalde dingen, activiteiten bij onze natuur passen kunnen we niet verklaren. Dat bepaalde dingen, activiteiten bij onze natuur passen leren tijdens ons leven. We weten dan na een aantal jaren wat wel of niet past bij onze natuur. Door te blijven onderzoeken wordt de lijst aan beide kanten van de lijn langer. Hierdoor kunnen we ons leven zo aangenaam mogelijk in overeenstemming met onze natuur inrichten. Want als we hier dan toch zijn hebben die we mogelijkheid, waarom dan onaangenaam? We weten dan steeds weer naar iets nieuws streven. We blijven steeds opzoek naar een invulling die iets nieuws brengt. Het is ons eigen.
Het steeds weer opnieuw iets anders nastreven kunnen we vergelijken met onze eet behoeften. Onze dagelijkse maaltijden, meestal drie keer per dag, vinden we iedere keer toch weer fijn. Soms wordt er veel geld, zeer veel geld uitgegeven voor eten dat op een speciale manier is bereid of uit bijzondere ingrediënten bestaat. Waarbij we weten dat bijna alles door ons een paar uur laten in het toilet wordt achtergelaten. Wat te denken van drinken? Bijna al het drinken wordt uitgezweet of uitgeplast. Slechts voor de smaak hebben we veel over. Voor die smaakvervulling die elke dag terugkomt. Die wens naar lekker eten en drinken komt elke dag een paar keer terug en we staan te trappelen van ongeduld om die wens in vervullen te laten gaan, meerdere keren per dag. We krijgen er geen genoeg van. Ondanks dat we weten dat de bevrediging zeer kort is en een paar uur laten zich weer meldt. We kunnen er geen genoeg van krijgen. Maar blijven ook naar het toilet lopen en naar training centra om de corpulentie te lijf te gaan. Soms zelfs herstel operaties, waarvan niet zelden een ‘plastic face’ het gevolg is. Op de juiste wijze het lichaam voeden, zoveel voedsel en drinken tot je nemen als het lichaam nodig voor het vervullen van de dagelijkse handelingen, is voldoende. Al wat het meer is, is een minder, vervet het lichaam. De aderen lopen dicht en de lichaamsfuncties nemen af. Zeker in het westen, waar het lichaam verplaatst wordt door werktuigen. Weinig eten is dan het devies.
Seks wordt nog al eens als ‘het leven’ gezien en dan veel seks. In reclames voor een aangenaam en rijk leven wordt dat nog al eens geportretteerd. En dan door lichamelijk mooie vrouwen en mannen. Iedere dag eten en drinken en dat drie keer per dag gaat niet vervelen, omdat dat tot het normale dierlijke lichaamsonderhoud behoord. Iedere dag seks en dan drie keer per dag gaat vervelen is niet dierlijk en dan ook niet menselijk. Seks is aangenaam als dat op een natuurlijke manier door ons wordt vervuld. Alleen aspecten die het lichaam een natuurlijke invulling geven, die horen bij haar natuur zijn zinvol voor het lichaam. Bepaalde activiteiten zijn individueel bepaald en daar kunnen we op zoek naar gaan als individu. Van nature weten wat goed of slecht is voor ons lichaam. Naar het lichaam luisteren is dan ook van belang.
Zo zouden we ook onze werkzaamheden en vrije tijd kunnen invullen op een manier die past bij onze natuur, ons lichaam. Ons afvragen wat we graag doen, fijn vinden om te doen. Activiteiten, handelingen die bij herhaald invullen niet tot verveling leiden. Het leven zodanig inrichten is niet eenvoudig. Het is slechts mogelijk voor een beperkt deel van de menselijke wereld. Als je daarbij hoort, heb je de mogelijkheid er voor jezelf iets van te maken, het in te vullen.
Het overgrote deel van de mensen is dagelijks bezig om te kunnen overleven. Met het dagelijks eten en drinken. Soms zelfs maar één keer per dag. In dergelijke leefomstandigheden hebben hooguit kinderen plezier in hun bezigheden. Zij lachen nog zo af en toe.
Als je de luxe hebt om het leven enigszins in te richten naar een aangenaam leven. Maak daar dan gebruik van. Laat je niet van de wijs brengen door allerlei vreemde gedachten, dat het leven nu eenmaal lijden is en je lijden moet. Dat je je continu moet tarten en moet lijden vanwege een of andere gedachte, een of andere voorbestemming. Zo af en bereiken ons beelden van mensen die hun lichaam geselen. Hun hoofd zozeer verwonden met messen, zodat bloed het lichaam totaal besmeurd. Tijdens de Paasdagen laten mensen zich aan het kruis nagelen. Verwonden en pijnigen ter verheffing van iets of wat, ter boetedoening. Boete doen voor wat? Voor de gedachten, meningen van anderen? Elke gedachte hebben we zelf bedacht. Elk geschrevene hebben we zelf geschreven. Wat voor u ligt heb ik geschreven. Doet u ermee wat u wilt. Ik hoop dat het u er over nadenkt. Ik ben er van overtuigd, dat u uw leven enigszins kunt sturen. Misschien kunt u uw leven plezieriger inrichten. Als het u nadeel oplevert, gebruik het papier als fakkel voor het verlichten van uw gedachten. Als we onze levenswil respecteren, toont zich dat door dat leven aangenaam maken. Van nature weten we dat een zinvolle invulling van het leven een aangenaam overleven is. We zijn altijd op zoek naar het geluk. Al weten we niet wat dat is. Kunnen het niet onder woorden brengen. Maar als we onze werkzaamheden zo kiezen dat ze ons plezier doen, gaan we dat werk ook graag doen. De sport is daarvan goed voorbeeld. De Olympische spelen levert alleen medaille winnaars die hun sport met plezier doen. Alleen sporters die hun sport met plezier doen, kunnen ook nog winnen. Dat gaat op voor elke activiteit. Wat je tegen je natuur in met veel moeite bereikt, vind je niet plezierig, levert je geen voldoening, daarmee stop je. Ga op zoek naar dat wel je wel plezierig vindt te doen. Is dat misschien het zoeken naar geluk?