Triade, de kern van ons leven.
Westerse schrijvers:
Plato, De Staat
Daar de ziel van iederen individueelen mensch, evenals we den staat in drie elementen hebben onderscheiden, in drie factoren kan ontbonden worden, […]. ’t Komt me voor, dat elk van de drie factoren één genoegen kan smaken, dat als het eigenaardige van elken factor kan beschouwd worden; elke factor heeft tevens zijn begeerte en wijze van heersen.
De eene factor, zeiden we, is die, waarmede men leert [wijsheid-lievend], de andere, waardoor het dappere [twistziek en eerzuchtig] in ons gewekt wordt, den derden konden we om zijn gemengden aard geen bepaalden naam geven, maar we noemden hem naar zijn grootste en krachtigste vermogen. We gaven daaraan den naam van ’t begeerlijke [geld- en windzuchtig], wegens de heftigheid van zijn verlangen naar eten en drinken, naar bevrediging van wellust en van wat daarmee gepaard gaat; (we gaven hem ook den naam van) geldzucht, omdat dergelijke begeerten het meest door geld bevredigd worden.
We moeten kinderen dus selecteren op hun moed en hun standvastigheid, en leifst ook nog op lichamelijke volmaaktheid.
De kinderen moeten een goed geheugen hebben, ze moeten vastberaden zijn en ze moeten het leuk vinden om hard te werken.
Aristoteles, Ethica
Te oordelen naar de levensvormen van mensen stelt de meerderheid, de meest ordinaire mensen-zoals te verwachten is- het goede en het geluk kennelijk gelijk aan genot; en daarom houden zij ook van een leven dat gericht is op genieten. Er zijn immers, zo kan men zeggen, drie typische levensvormen: de zojuist genoemde, de politieke en als derde de levensvorm gewijd aan studie.
Het geluk, Eudaimonia, is het hoogste goed waarop het kennen en handelen van de mens is gericht. Het geluk, wat ‘goed’ is voor de mens, bestaat in het door de rede bepaalde voortreffelijk handelen en kan langs twee wegen bereikt worden: door ethisch handelen en door de intellectuele beschouwing.
Aritoteles, Retorica
Wat de sprekers zelf betreft zijn er drie factoren die hun geloofwaardigheid bevorderen, want er zijn ook drie eigenschappen die ons los van de eigenlijke bewijsvoering vertrouwen inboezemen. Dit zijn gezond verstand, voortreffelijkheid van karakter, en goede wil.
Spinoza, Ethica
Zowel wanneer de geest heldere en onderscheiden ideeën heeft als wanneer hij verwarde ideeën heeft, streeft de geest voor een onbepaalde tijdsduur naar de voortzetting van het zijn en is zich van dit streven bewust.
Wanneer dit streven uitsluitend met de geest in verband staat, noemt men dit wil; heeft het betrekking op zowel de geest als het lichaam, dan heet het aandrift. Deze is dus hetzelfde als het wezen van de mens, uit wiens natuur noodzakelijk voortvloeit wat tot zijn instandhouding dient. Er bestaat verder geen verschil tussen aandrift en begeerte, behalve dat begeerte meestal betrekking heeft op mensen die van hun aandrift bewust zijn. We kunnen daarom begeerte definiëren als een aandrift samen met het bewustzijn ervan. Uit dit alles blijkt, dat wij niets nastreven, willen, verlangen of begeren omdat wij van mening zijn dat het goed is. Integendeel, wij zijn van mening dat iets goed is omdat wij het nastreven, willen, verlangen en begeren.
Miguel de Cervantes, Don Quichot van La Mancha
Eer en deugd zijn sieraden van de ziel, zonder welk het lichaam, ook al is het fraai, niet fraai zal lijken.
David Hume, Traktaat over de menselijke natuur
We bezitten drie verschillende soorten baten: de innerlijke bevrediging van de geest, de uiterlijke voordelen van ons lichaam en het genot van de goederen die we met geluk en vlijt verworven hebben.
Hobbes, Leviathan
Geluk is een onophoudelijk voortgaan van de begeerte, van het ene object naar het volgende; het verwerven van het één is altijd slechts een middel om het andere te krijgen.
De wedijver om rijkdom, eer, gezag en andere vormen van macht, leidt tot twist, vijandschap en oorlog.
Het verlangen naar kennis, en naar de kunsten die bloeien in vredestijd, maakt dat mensen een gemeenschappelijke macht gehoorzamen.
Hegel, Fenomenologie van de geest
De beweging, waarin het onwezenlijke bewustzijn dit éénzijn tracht te bereiken, is zelf de drievoudige, volgens de drievoudige verhouding die het tot zijn gestalte gekomen transcendente zal hebben; de eerste keer als zuiver bewustzijn; de tweede keer als enkel wezen, dat zich tot de werkelijkheid verhoudt als begeerte en arbeid; en de derde keer als bewustzijn van zijn voorzichzelfzijn.
Het zuiver bewustzijn, het is het zuivere hart, …dit gevoel gevoel van zichzelf.
Immanuel Kant, Kritiek van de praktische rede
Er zijn drie geestvermogen: het kenvermogen, het gevoel van lust en onlust en het vermogen tot begeren. Voor de eerste vond ik a priori-principes in de Kritiek van de zuivere rede, voor de derde in de Kritiek van de praktische rede. Ik zocht ook voor het tweede, en hoewel ik het aanvankelijk onmogelijk achtte om dergelijke principes te vinden, bracht ik de systematiek, …, onder te titel Kritiek van het oordeelsvermogen
Arthur Schopenhauer, De wereld als wil en voorstelling
Het willen en ook het kunnen alleen is niet voldoende; een mens moet ook weten wat hij wil en weten wat hij kan.
Wat hij tegen zijn natuur in met veel moeite bereikt, zal hem geen genot verschaffen; wat hij op die manier leert, zal niet tot leven komen.
In theorie kunnen we drie extreme vormen van menselijk leven onderscheiden, en ze beschouwen als evenzovele elementen van het reële menselijk leven.
Ten eerste het machtige en onstuimige willen, de grote hartstochten ( Raja-Goena); dit wordt belichaamd in de grote historische getallen en beschreven in het epos en het drama.
Ten tweede het zuivere kenen, het schouwen van de Ideeën, dat wordt voorafgegaan door de bevrijding van de kennis uit de dienstbaarheid aan de wil: het leven van het genie ( Satva-Goena).
Ten derde de grootst mogelijke lethargie van de wil en het daarmee varbonden kennen, het lege smachten, de verlammende verveling ( Tama-Goena).
Het leven van het individu zal zich nooit of te nimmer volledig in een van die drie extremen afspelen, het raakt er slechts af en toe aan: het komt meestel neer op een zwakke en weifelende benadering van de ene of de andere kant, een gebrekkig willen van onbeduidende objecten dat zich telkens hernieuwt om aan de verveling te ontkomen.
Quiëtisme ( het opgeven van alle willen), ascese ( het opzettelijk doen afsterven van de eigen wil), en mystiek ( het besef dat het eigenwezen samenvalt met dat van de andere dingen, of de kern van de wereld), deze drie houdingen hangen ten nauwste met elkaar samen: wie zich voor een van de drie uitspreekt, zal geleidelijk aan ook de andere moeten aanvaarden, ook al was hij dat misschien niet van plan.
E.W. Scripture, Thinking, Feeling, Doing
The facts we have been considering -the new psychology of thinking, feeling, doing- have been facts of mind, not of the physical world. The psychologist of the new dispensation must see every statement proven by experiment and measurement before he will commit himself in regard to it. Long, long years of special training and laborious experimenting must first be spent in the workshop. The recognition that all rational and effective education is based on psychology, practical psychology.
The three emotions of thought: effort and facility, enjoyment and tedium, failure and succes.
Friedrich Nietzsche, Menselijk al te menselijk
Het is een eerste aanwijzing dat het dier mens geworden is wanneer zijn handelen niet meer op het momentele maar op het duurzame welzijn betrekking heeft, dus dat de mens nuttig, doelmatig wordt. Wanneer hij volgens het principe van eer handelt. Hij bepaalt zelf wat voor hemzelf en voor anderen eervol en nuttig is
Albert Einstein, Mijn kijk op het leven
Ik geloof dat militaire dienst weigering op gewetensmotieven, gelijktijdig door 50000 dienstplichtigen, een onweerstaanbare kracht zou betekenen. De eenling kan in dit opzicht weinig doen. En het is ook niet gewenst, dat de besten worden overgeleverd aan de vernietiging door de machinerie, waarachter staan de drie grote machten, - domheid, vrees en hebzucht.
José Ortega Y Gasset, Bespiegelingen over leven en liefde
De wijsgerige anthropologie, of zoals ik liever zeg, de kennis omtrent de mens, heeft een punt van behandeling voor zich dat door niemand nog is aangeroerd en dat beloften te over inhoudt om ons aan te sporen het ter hand te nemen. […] De eerste stap daartoe is de schets van een topographie van de grote gebieden of regionen van onze persoonlijkheid. Het komt mij voor dat men er op zijn minst drie dient te onderscheiden, wier grenzen en gesteldheden elkaar nader verklaren. Een dezer gesteldheden is dat deel van onze psyche dat met ons lichaam is samen gesmolten, dat een onscheidbaar stuk ervan is geworden. Elders zeide ik ervan: “Deze lichamelijke ziel, deze basis en wortel van onze persoonlijkheid, moeten wij ‘vitaliteit’ noemen, want in haar zijn lichamelijke en het psychische een werkelijke eenheid geworden, en niet alleen komen deze twee in die vitaliteit samen, maar zij vinden daarin hun bron. Ieder van ons is allereerst een vitale kracht, deze moge groter of kleiner, uitbundig of gebrekkig, gezond of ziek zijn. De rest van ons karakter is afhankelijk van wat onze vitaliteit is.” Dit nu is geen veronderstelling of een theoretische beschouwing, het is een verschijnsel, een feit.
Paul Brunton, Het super-ego
Omdat de mens een drievoudig wezen is, een werkende drie-eenheid van denken, voelen en doen, is het onvermijdelijk dat het onderzoek een streven inhoudt, dat overeenstemt met zijn eigen aard.
L.A. Rademaker, Aan de poort van een nieuwe wereld
Wij constateren, dat gevoelens en gedachten wel door ons afzonderlijk beschouwd kunnen worden, maar dat ze toch een éénheid vormen.
Handeling, denken en gevoelen zijn dus drie modi waarmede de mensen zich aan elkaar openbaren. Het lichaam is het middelpunt van handeling. We zijn geneigd voor onze gevoelens en gedachten een ander middelpunt aan te nemen dan het lichaam. Dit middelpunt noemen we de ziel
Bertrand Russell, Waarom ik geen christen ben
De wetenschap kan, als zij dat wil, onze kleinkinderen in staat stellen het goede leven te leven door hen kennis, zelfbeheersing en karakters, die eerder harmonie dan tweedracht opleveren, te geven.
Pierre Teilhard de Chardin, Het verschijnsel mens
Van hoog tot laag ontwikkelt zich in herhaling een drievoudige eenheid: eenheid van structuur, eenheid van mechanisme, eenheid van beweging.
Eenheid van structuur: het scherm, de waaier, de boom van het leven
Eenheid van mechanisme: tasten en vinding, de geest van onderzoek en verovering
Eenheid van beweging: opstijging en expansie van bewustzijn
Pierre Teilhard de Chardin, De menselijke energie
Onder menselijke energie versta ik hier het steeds toenemende deel van de kosmische energie die momenteel onderworpen is aan de herkenbare invloed van centra van menselijke activiteit. Het interessant ze als volgt te onderscheiden: geïncorporeerde energie, gecontroleerde energie en vergeestelijkte energie.
Geïncorporeerde energie: natuurlijke machine van het menselijk lichaam
Gecontroleerde energie: ingenieus domineren van de fysische vermogens
Vergeestelijkte energie: de stof van ons denken, voelen en willen
Aldous Huxley, Eeuwige wijsheid ( Philosophia perennis)
Creda ut intelligam, ut agam, ut vivam – ik geloof om te kunnen begrijpen, te kunnen handelen en te kunnen leven.
Er zijn tenminste drie hoofdwegen die naar bevrijding voeren- die van het handelen, die van de toewijding en die van de kennis
Erich Fromm, Psychoanalyse en religie
Als iemand zijn morele en intellectuele integriteit schendt, verzwakt of verlamt hij zijn totale persoonlijkheid. De doeleinden der verwerkelijking van het menselijk leven: onafhankelijkheid, integriteit en het vermogen tot liefhebben. De fundamentele waarden die alle mensen gemeen hebben: waarheid, liefde en gerechtigheid.
Hannah Arandt, Vita Activa
Handelen, spreken en denken zijn in de eerste plaats te beschouwen als vormend de bovenbouw van het maatschappelijk bestel.
De sterkste krachten van het intieme persoonlijk leven: hartstochten, gedachten, zintuiglijke genietingen.
Martin Suhr, Sartre
Volgens ons wordt de mens in de eerste plaats gekenmerkt door het feit dat hij een situatie transcendeert, door wat hij kan maken van wat men van hem heeft gemaakt, zelfs als hij zich nooit herkent in zijn objectivering. Dit transcenderen van de situatie is de wortel van al het menselijke, in de eerste plaats van de menselijke behoefte. […] Zelfs het meest rudimentaire gedrag moet bekeken worden, niet alleen in relatie tot de reële, aanwezige factoren waardoor het wordt bepaald, maar ook met betrekking tot een toekomstig doel dat het tracht te verwezenlijken. Dit noemen we het ontwerp (project). […] Zo in het veld van de mogelijkheden het doel, in de richting waarvan de handelende mens zijn objectieve situatie overschrijdt. En dit veld is op zijn beurt weer strikt afhankelijk van de maatschappelijke en historische werkelijkheid. […] Maar al deze objectiviteit komt ten slotte voort uit de concrete werkelijkheid’. Doorslaggevend blijft dat de realiteit ‘geleefde realiteit’ moet zijn, zodat de materiële omstandigheden tot voorwaarden van de eigenlijke praxis kunnen worden. ‘Maar al deze objectiviteit komt ten slotte voort uit de concrete werkelijkheid.
Drie kenmerken bepalen het project;
Karakter in de jeugd gevormd
Veld van de middelen, ‘Dit ontwerp heeft zin, …’
Het doel van zo’n project
De doeleinden van menselijk handelen [zijn] geen mysterieuze entiteiten die als garnering aan de handeling zijn toegevoegd. […] Ze vertegenwoordigen eenvoudig de overschrijding en het behoud van het gegevene in een handeling die zich vanuit het heden naar de toekomst beweegt.
Christopher Janaway , Schopenhauer
Ondanks de verwantschap van de serene aanschouwing van het schone wordt de ontkenning van de wil niet langs esthetische weg bereikt. Die wordt in de eerste plaats bereikt door een heilig leven, een leven waarin rechtvaardigheid en filantropie het gevolg zijn van het inzicht dat egoïsme, individuatie en de hele wereld van verschijnselen een soort illusie zijn. De kennis dat alle dingen ‘op zichzelf’ hetzelfde zijn leidt tot een opgeven van het egoïsme en een omarming van al het lijden als het eigen lijden. Dit ‘inzicht in de totaliteit’ gaat dan als ‘quiëtief werken op het willen’ en keert de wil tegen zijn eigen natuurlijke toestand van zelfbevestiging. […] Schopenhauer wijst op talloze ervaringen en praktijken die volgens hem beantwoorden aan deze beschrijving van de zelfontkenning:
Quiëtisme (het opgeven van alle willen), ascese (het opzettelijk doen afsterven van de eigen wil), en mystiek ( het besef dat het eigen wezen samenvalt met dat van andere dingen, of met de kern van de wereld), deze drie houdingen hangen ten nauwste met elkaar samen; wie zich voor een van deze drie uitspreekt, zal geleidelijk ook de andere moeten aanvaarden, ook al was hij dat misschien niet van plan. Niets is verrassender dan de onderlinge overeenstemming van de schrijvers die deze houdingen uitdragen, ook al leven ze in heel verschillende tijden en landen en hangen ze heel verschillende religies aan.
Tegendeel van zelfbevestiging, dus zelfontkenning
Roger Scruton, Kant
Het uitgangspunt van Kants hele filosofie is de ene premisse van het zelfbewustzijn, en zijn drie Kritieken houden zich respectievelijk bezig met de vragen:
‘Wat moet een zelfbewust wezen denken?’, ‘Wat moet hij doen?’ en ‘Wat moet hij aangenaam vinden?
'Je kunt, want je behoort.'
Patrick Gardener, Kierkegaard
Kierkegaard onderscheidt drie basisvormen voor het bestaan, drie stadia van leven: het esthetische, het ethische en het religieuze stadium.
Rein Gerritsen, Willam James
In de bespreking van ‘mij-zelf’ onderscheidde James het materiële zelf (alle aspecten van ons materiële bestaan waarbij een sterk gevoel van bezitterschap voelen: onze lichamen, onze gezinnen en onze persoonlijke bezittingen), het sociale zelf (onze doorvoelde sociale relaties) en het spirituele zelf (gevoelens aangaande onze eigen subjectiviteit).
Werner Schuessler, Jaspers
Door de grenssituatie bewust aan te gaan, wordt de filosofie in beweging gebracht. En dit filosoferen vindt plaats in drie sprongen: mijzelf ervaren als existentie, denkend verhelderen, werkelijk existeren.
Lothar Schaefer, Popper
Poppers ontotogie deelt alle entiteiten in drie klassen in. Wereld een in de wereld van alle fysische voorwerpen en toestanden. Wereld twee is de wereld van het bewustzijn. En wereld drie is de wereld van de objectieve geest of de culturele producten, denkinhouden en gedachten.
Karl Jaspers, Inleiding tot de philosophie
Onvoorwaardelijke handelingen vinden plaats in de liefde, in de strijd, bij het volvoeren van hoge taken.
Karl Jaspers, Kant
Kants eerste grondvraag is: Wat kan ik weten?
Kants tweede vraag is: Wat moet ik doen?
Kants derde vraag luidt: Wat mag ik hopen?
Karl Jaspers, Socrates, Boeddha, Confucius, Jezus
Wie de waarheid zoekt , kiest het goede en houdt het vast. Hij onderzoekt, stelt kritische vragen, dekt goed na en handelt vast beraden. Zo toont Confucius ons de edele: zijn karakter, zijn denken en doen.
Paul Feyerabend, Tegen de methode
Ideeën die tegenwoordig de basis van de wetenschap vormen, bestaan slechts omdat er zulke dingen zijn geweest als vooroordeel, ijdelheid, hartstocht, omdat deze dingen de rede hebben bestreden en omdat ze de ruimte hebben gekregen hun eigen weg te gaan.
De rede dient als richtsnoer voor de praktijk. (idealisme)
De rede ontvangt zowel haar inhoud als haar gezag uit de praktijk. (naturalisme)
De rede en praktijk zijn vermoedelijk onderdelen van één enkel dialectisch proces.
David Lewis, Wat zegt mijn kind
De meeste kinderen hebben een gretige belangstelling voor alles wat er om hen heen gebeurt. In vele opzichten is dat zonder meer een gunstige eigenschap, want steeds opnieuw experimenteren met en ervaren van de gevolgen van hun gedragingen is voor kinderen de beste manier om te gaan begrijpen hoe het leven in elkaar zit.
Als de basale drijfveer nieuwsgierigheid is , of frustratie als gevolg van gebrek aan prikkels, dan zou je deze situatie moeten verbeteren door de omgeving interessanter en uitdagender te maken.
Maar gelukkig is spelen fijn , en daardoor op zichzelf een belonende activiteit die dus zichzelf bekrachtigt.
Hella S. Haasse, Heren van de thee
Hij vond die (koffie)plantages de moeite waard, maar het werk in geen enkel opzicht zo boeiend als de veel ingewikkelder, onberekenbare en daarom uitdagende theecultuur.
Renate Dorrestein, Het geheim van het schrijven
De drie motoren van het schrijverschap: het plezier in het scheppen, de behoefte een visie uit te dragen, en de persoonlijke noodzaak om iets te boekstaven.
Martha C. Nussbaum, The therapy of desire
Our everyday habit of viewing one another as complete organic forms with thoughts, emotions, and desires. The basic assessable action is a movement in the world of the hart, a movement of thought, of wish, of desire.
Maarten Toonder
Je doet het voor de lol, anders is het niet goed.
Sally Mann
Je kunt alleen kunst maken als je fotografeert waar je van houdt.
Pieter Winsemius, Je gaat het pas zien als je het doorhebt.
In de eerste plaats moet een goede speler beschikken over veel techniek. Dan komt automatisch discipline, gewoon je werk goed doen. En in de derde plaats, en ik denk de meest onderschatte van de drie, is er het punt van karakter. Als je op een van deze drie punten achterblijft, is het maar beter een ander vak te leren.
Heleen M. Dupuis, Op het scherp van de snede
Geneeskunde is een te gevaarlijk vak om aan mensen over te laten die niet helder en met gevoel kunnen denken.
Daniel Goleman, Sociale intelligentie
Onderwijsdeskundige Sam Intrator heeft een jaar lang lessen aan middelbare scholen geobserveerd. Telkens wanneer hij een moment van absorptie signaleerde,…, vroeg hij de leerlingen naar wat ze op dat moment dachten en voelden. Als de meeste leerlingen volkomen opgingen in wat er onderwezen werd, noemde hij dat moment ‘geïnspireerd’. De geïnspireerde leermomenten hadden een aantal actieve ingrediënten gemeen: een effectieve combinatie van volledige aandacht, enthousiaste belangstelling en positieve emotionele intenties. Leerplezier ontstaat op deze momenten. Damasio beweert dat een toestand van vreugde ons niet alleen helpt de dagelijkse routine te overleven, maar ook zorgt dat we opbloeien, een prettig leven leiden en ons goed voelen.
Vreugde, cognitieve efficiëntie en uitstekende prestaties bevinden zich op de top van de omgekeerde U.
Gerrit Broekstra, Business Spiritualiteit
De Vedanta zegt dat de natuur en alles wat dar deel van uitmaakt, bestaat uit drie fundamentele kwaliteiten.
Tamas guna: duisternis, traagheid, dogmatisch vastgestelde routines, status-quo
Rajas guna: activiteit, gedreven door ego, emotioneel gedrag, ongeduldig, impulsief
Sattva-guna: streven naar kennis, harmonie, wijsheid, zoekt naar waarheid
Paul de Blot, Business Spiritualiteit
Schematisch kunnen we de organisatiearchitectuur voorstellen als een drievoudige gelaagdheid waarvan de niveaus niet van elkaar te scheiden zijn, maar wel te onderscheiden, namelijk de hardware, de orgware en de software.
Connie Palmen, Lucifer
Lucas baseerde een hele kosmologie op het getal. De triade vormde niet alleen de dieptestructuur van de klankklok, maar van de hele natuur, ook de menselijke. Hij kwam aanzetten met de Trias politica, met de oedipale driehoek tussen vader, moeder en kind, met de tripletten in de biochemie en het quarktrio in de kernfysica en met het zogeheten drievuldige brein.
Rhonda Byrne, The Secret
De geest neemt aan dat alles waarover je denkt, je wens is!
Dat alles waarover je spreekt, je wens is!
Dat alles wat je doet, je wens is!
Oosterse schrijvers:
AC Bhaktivedante, Het KRSNA boek
Akrura bad verder ( tot Krsna de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods): “O Heer, de hele wereld is vol van de drieërlei aard der stoffelijke natuur, te weten goedheid, harsttocht en onwetendheid. Iedereen in deze stoffelijke wereld is door deze geaardheden omhuld, van Heer Brahma tot en met de niet-bewegende planten en bomen. O Heer, ik breng U mijn eerbiedwaardige eerbetuigingen, omdat U Zich buiten bereik van de drie geaardheden bevindt. Iedereen behalve U wordt meegesleurd door de golven van deze geaardheden.”
AC Bhaktivedante, Bhagavad Gita Zoals Ze Is
Begoocheld door de drieërlei aard der stoffelijke natuur (goedheid, hartstocht, onwetendheid), is de gehele wereld onbekend met Mij [Krsna], die boven de geaardheden ben en onuitputtelijk.
De gehele wereld is in de ban van de drie geaardheden der stoffelijke natuur. Degenen die begoocheld zijn door deze drie geaardheden kunnen niet begrijpen dat er, ontstegen aan deze stoffelijke natuur, een Opperheer, Krsna, is. In deze materiële wereld bevindt iedereen zich onder de invloed van deze drie guna’s en is hierdoor begoocheld.
‘Tama-guna’, Onwetendheid, komt tot dwaasheid
'Rajo-guna’, Hartstocht, komt tot verdriet
'Sattva-guna’, Goedheid, komt tot werkelijke kennis
J Bor & K vd Leeuw, Boeddhisme
‘Een van de belangrijkste onderscheidingen is wellicht die van de ‘Vier visionaire verschijnselen van het hoogste overstijgen’. Deze vier passeren in het fragment kort de revue in ı.ı-4, opgesplitst naar de drie schematisch onderscheiden gebieden van menselijke activiteit; lichaam, spraak en geest (een traditioneel onderscheidt in boeddhisme en Bön; dingen die je doet, zegt en denkt).’
J Bor & K vd Leeuw, Taoïsme
‘Iemand wiens kennis toereikend is om één ambt te bekleden, wiens gedrag niet moet onderdoen voor dat van zijn streek, wiens deugd hem in staat stelt zich aan één heerser te binden, en die in één staat een ambt krijgt aangeboden, zo iemand zal op precies dezelfde manier tegen zichzelf aan kijken. Song Rongzi zou er geamuseerd om lachen. Als de hele wereld hem op handen droeg, deed hij niet harder zijn best; als de hele wereld hem afkeurde, kwetste hem dat geenszins. Hij hield innerlijk en buitenwereld strikt gescheiden en kende duidelijk de scheidslijn tussen roem en oneer. Daar hield hij het ook bij. Hij maakte zich geheel niet druk om de wereld, en toch waren er ook dingen waar hij niet toe in staat was. Liezi bereed de wind om te reizen. Prachtig, hoe hij zich zo vederlicht kon bewegen! Het duurde vijftien dagen vooraleer hij terugkeerde. Hij maakte zich in het geheel niet druk om zijn fortuin. Alhoewel hij zich het lopen kon besparen, was hij toch nog altijd van iets afhankelijk. Stel dat hij de ware natuur van hemel en aarde had bereden en de veranderingen van de zes energieën had bestuurd, om zo door het onuitputtelijke te gaan zwerven. Waar zou hij dan nog van afhankelijk zijn geweest? Daarom zeg ik: de volmaakte mens is zelfloos, de goddelijke mens is verdiensteloos, de wijze mens is naamloos.’
Tegendeel van zelfbevestiging, dus zelfontkenning.
Zhuang Zi, De volledige geschriften ( Taoïsme)
De allerhoogste mens heeft geen ‘ik’; de goddelijke mens heeft geen verdienste; de heilige mens heeft geen naam.
‘Voor iemand die zoals ik al op vergevorderde leeftijd is, wat zou die nog kunnen ondernemen om datgene waarover u spreekt te bereiken?’
Meester Gengsang antwoorde:
‘Hou je lichaam heel;
Hou je leven vast;
Zorg dat je geen overspannen gedachten hebt.’
J Bor & K vd Leeuw, Iki
‘Van innerlijk standpunt bekeken is het eerste kenmerk van iki de koketterie met het andere geslacht. Koketterie geeft in zekere zin een noodzakelijke voorwaarde voor iki aan. Wat nu is koketterie? Ze bestaat uit een dualistische houding van dat eendimensionale zelf dat zich verplaatst in een ander geslacht tussen zichzelf en dat andere samenvoegt. […] Het tweede kenmerk van iki is de moed, de trots. In iki, zijnswijze als bewustzijnsverschijnsel, spiegelt zich duidelijk het morele ideaal van de Edo-cultuur. (…) In iki moet de ‘heldhaftige bezieling van Edo’, het ‘uitdagende op het gebied van de erotiek’ aanwezig zijn. […] Het derde kenmerk van iki is het bewust afzien. Het is de gelijkmoedigheid waarmee men in de wetenschap van het noodlot van de [hartstochtelijke] gebondenheid [aan een object van begeerte] heeft afgezien. Iki vereist een zeker raffinement. Er moet een eenvoudige, heldere en elegante gewaarwording zijn.’
Dikshit Sudhakar, Odyssee van het Zelf
Vasishtha, de leermeester van Rama, biedt een basisplan; volgens dit basisplan moet de zoeker naar zelf-realisatie eerst de volkomen onwerkelijkheid van zijn eigen individualiteit en objectieve wereld beseffen en aanvaarden. Hij moet de gedachte dat deze werkelijk zijn laten varen. De zoeker moet binnen zichzelf -door zijn eigen eindigheid constant te ontkennen- de sterke overtuiging opbouwen dat hij ‘oneindig’ is- want ‘je wordt, wat je je zelf verzekert dat je bent. […] Dat wat door onwetendheid als werkelijk werd beschouwd verdwijnt, als de ware kennis wordt bereikt. […] Hij legt de nadruk op de controle over alle zijwegen van de geest door filosofische gedachten, het opgeven van verlangens en van het ego en het belangrijkste van alles, verzaking.
Zelfrealisatie, tegendeel van zelfbevestiging
Eva Wong, Taoïsme
De Drie Enen. De Drie Enen zijn de op een na hoogste wachters in het lichaam. Ze worden de drie oervormen genoemd. In het menselijk lichaam zijn het de voortbrengende energie, de levens- en geest energie.
Spirituele energie. Beheerst alle activiteiten van het denken en het intellect. Tussen de ogen.
Levensenergie. De energie die zich in de hartstreek bevindt.
Voortbrengingsenergie. De energie verantwoordelijk voor de voortplanting. Vlak onder de navel.