Witteman huldigt vervelend werk

Pauw en Witteman uitzending van 27-10-2010.

Tijdens het gesprek tussen de dames Drayer, Stellinga en de heer Witteman over het werken van vrouwen voor hun eigen levensonderhoud, toonde de lichaamshouding van mevrouw Drayer en de heer Witteman soms terughoudendheid. Bij het gegeven dat vrouwen die gaan werken leuk werk uitkiezen, gaf de lichaamshouding aan dat dat toch merkwaardig, minderwaardig, ongepast of schandalig is. Je hoort kennelijk werk te doen dat je vervelend vindt, je tegenstaat, als last gedragen wordt. ‘Slavenarbeid’.

Dame en heer horen kennelijk tot die elite die menen dat je: gewoon moet doen wat je opgedragen wordt. Zin of geen zin. Werken! Of je dat fijn vindt of niet. Werken, onderwijs, cursussen, al wat je doet hoort niet leuk te zijn.

Zij stralen dat ook uit, doen werk met tegenzin. Hebben er geen er plezier in, lachen niet, hebben er geen ‘lol an’. De heer Witteman vindt het vreselijk scherp in dialoog te treden. Daarom worden de vragen soms zo juist gesteld. Dat is waarschijnlijk dan ook de rede van hun succes.

Ik ga mevrouw en meneer misschien iets nieuws vertellen. U hebt alleen succes in uw werk omdat u uw werk leuk vindt, fijn vindt om te doen, er ‘lol an’ heeft. Daardoor ga je je werk met enthousiasme doen, ga je de uitdaging aan, vind je het spannend. Doe je je uiterste best voor een juiste invulling van het werk. Alleen dat levert de bevrediging op die noodzakelijk is voor een duurzame inzet. Alleen dat leidt tot uw succes en mag u blijven van de baas omdat u uw salaris waard bent.
Alleen als jonge mensen met plezier naar school gaan wordt de schooluitval minder. Richt werk en school zodanig in dat de natuurlijke eigenschappen van de betrokkenen aansluiting kunnen vinden bij dat wat geboden wordt. Alleen dan hebben we kans dat we ons ontwikkelingsniveau kunnen bestendigen.

 

 

Onbekend met en dus niet gebruiken van de motivatie actoren, daarvan kwam ik zowel oorzaak en gevolg tegen in
Haruki Murakami’s Norwegian Wood
pagina 170.

Ik vind dat ik zelf een goed gevoel heb voor muziek, maar zij was nog veel beter dan ik. Ik vond het zo zonde. Als ze van jongs af aan een goede leraar had gehad die haar goed had lesgegeven, dan had ze een heel eind kunnen komen. Maar zo lag het niet. Ze was er het kind niet voor om zich te voegen naar regelmatige studie. Zulke mensen heb je. Ze zijn gezegend met een groot talent. Maar ze hebben het vermogen niet om het eruit te laten komen. Uiteindelijk verspillen ze hun talent. Ik heb dat een paar keer meegemaakt. In het begin ben je helemaal onder de indruk. Ze spelen bijvoorbeeld een enorm lastig stuk zo van het blad. En dan ook nog redelijk goed. Als je dat ziet, sta je versteld. In de orde van “daar kan ik helemaal nooit aan tippen”. Maar daar blijft het vervolgens bij. Ze komen niet verder. En waarom niet? Omdat ze er geen moeite voor doen. Omdat bij hen de discipline om te oefenen er nooit is ingehamerd. Ze zijn verwend. Vanwege hun talent kunnen ze van jongs af aan leuk spelen zonder zich in te spannen en ze zijn altijd de hemel in geprezen. Ze zijn inspanning als iets doms gaan beschouwen. Een stuk waar andere kinderen drie weken over doen, spelen ze vlot in de helft van de tijd. Hun leraren laten hen doorgaan naar het volgende omdat ze vinden dat hun pupil het stuk al onder de knie heeft. Het lukt ze dus in de helft van de tijd. En ze gaan weer door met het volgende, zonder te weten wat het is om ergens moeite voor te doen. Zo missen ze een element dat noodzakelijk is voor hun karakter. Dat is hun tragiek. Bij mij was daar ook wel sprake van, maar gelukkig was mijn leraar heel streng en zo viel de schade nogal mee.’

LUS