De Dood

‘Oóhoóp’, roept Maud mijn kleindochter, drie en een half jaar oud.
‘Ja Maud.’
Maud noemt mij Oop en spreekt het uit als een koosnaampje.
‘De vader van Macha is een sterretje geworden.’
‘Wat is dat een sterretje worden, Maud?’
‘Nou, als je er niet meer bent, wordt je een sterretje.’
‘Was Macha’s vader dan ziek en is hij er niet meer?’
‘Ja, hij was ziek en is dood gegaan en dat wordt je een sterretje, zegt mijn mamma.’
‘Is Macha verdrietig?’ Macha is vier jaar oud.
‘Wel een beetje, maar als het donker is kan ze naar haar pappa kijken.’
‘Wat gebeurt er dan met dieren, zoals honden, poezen en vogels, als die dood gaan?’
‘Die worden ook allemaal een sterretje.’
‘Dus mensen en dieren die dood zijn gaan worden sterretje?’
‘Ja’, zegt ze beslist.

Maud neemt genoegen met het verschijnsel van de dood zoals dat door mijn dochter is uitgelegd. Ook Macha is er van overtuigd dat ze haar vader s’ avonds nog kan zien als sterretje. Je bent dan niet meer lijfelijk aanwezig maar toch wel aanwezig. Je kunt wel aan hem denken en als het donker wordt hem nog zien als sterretje. Als het donker is kun je hem niet aanraken want de sterretjes zijn heel ver weg. Welk sterretje het is kun je ook moeilijk zeggen, want het zijn er zoveel.

Wat is dat, het verschijnsel dood?
Al wat leeft, groeit en bloeit gaat dood. Fauna, flora en de mens ontstaat en gaat dood, het komt en gaat. Al wat leeft is er een oneindige tijd niet, is er, en is er een oneindige tijd weer niet.
Macha en Maud weten dat we, als we dood zijn, een sterretje worden.
Wij weten wel beter!
Er zijn door de mens talrijke verhalen geschreven, voor de zeer korte tijd van het zijn in deze wereld, over het verschijnsel en doel van het leven en van de dood. Overwegend de laatste 3000 jaar een tijdsspanne die, ten opzichte van vóór zijn en ná zijn, oneindig kort is.
Maar ook over een wereld na het hier, het hiernamaals. Het geeft en gaf vertroosting voor het zijn hier. Het geeft en gaf hoop, een levensweg, op een beter leven. Dit leven hier is ‘voorbestemd’, voor een beter leven. Het geeft en gaf mensen een hoop op een beter leven, dan dit aardse.
Met niet gelovige en niet spirituele mensen is het treuriger gesteld. Zij kunnen zich in het hier niet voorbereiden op het hier en hierna, op een beter leven hier en na de dood, op het hiernamaals. Zij hebben daar de handvatten en gereedschappen niet voor. Zij hebben geen idee hoe ze dat zouden moeten doen. Zij kijken af en toe vertwijfelt omhoog in het oneindige om raad. Waarom, is voor mij duister. Zij zullen het leven hier moeten leiden, als dat mogelijk is.
Dan hebben Macha en Maud nog even een sterretje, tot ook zij gaan nadenken over het verschijnsel van het hier en hierna.
We zullen het er mee moeten doen.