Het onverwoordbare. (in bewerking)

Ons leven is in de ban van dat wat niet in woorden is te vatten, het niet-verwoordbare of onverwoordbare, zonder dat is ons leven saai en dor. Wat we niet kunnen benoemen, duiden, zeer moeilijk tot niet kunnen beschrijven of omschrijven heeft zelf een bepalende invloed op ons leven. Daar zonder betekent een plantaardig leven. Een leven dat bestaat uit het noodzakelijke, omdat het zonder niet kan bestaan. Een leven vergelijkbaar met een leven van een enkele wetenschapper, ascese en beheersing van emoties en waardevrij in de uitvoering. Maar ook die enkele wetenschapper kan niet verwoorden waarom zijn zoektocht in eenzaamheid de moeite beloont. Ook hij weet dat zijn zoektocht naar waarheid de mogelijkheden van de taal te boven gaan.
Kunnen we ons iets voorstellen bij wat we niet kunnen verwoorden, dat ons leven bepaalt? Wat we slechts kunnen verwoorden is een kenmerk of zijn kenmerken, uiterlijkheden, gevolgen van het onverwoordbare. Die kenmerken zijn verschillend, zijn afhankelijk van de natuur van het individu, in traditie en culturele context gevormd. Het kan tot plezierige, heel plezierige, vreugdevolle, maar ook tot onplezierige tot desastreus handelen leiden. Handelen dat tot op wereld niveau uitwerking kan hebben.
Mahatma Gandhi, heeft de onafhankelijkheid van India bewerkstelligd.
Martin Luther King, heeft zich verzet tegen de rassenscheiding in de Verenigde Staten.
Beiden zijn vermoord. Het handelen van vermoorden als de moordenaars werd geïnitieerd door het onverwoordbare. Kenmerken en uiterlijkheden beïnvloedden zowel de slachtoffers als de daders in een richting die aansluit bij hun individuele natuur. Het handelen, waarom ze juist dat doen wat ze doen, kunnen ze niet verwoorden. Soms rest: ‘Ik sta hier, ik kan niet anders!’ of ‘Ik weet het niet!’

            Dichter bij huis. Het is voor mensen ondoenlijk uit te leggen waarom juist dat beroep, die sport uitgeoefend of die religie beleden wordt. Laten we het maar niet hebben over de liefde. Waarom een stelletje vindt dat het zo bij elkaar past. Waarom zij de rest van hun leven bij elkaar willen blijven tot de dood, behoort tot het onverwoordbare. Als een verliefd paartje elk voor zich opschrijft waarom zij zό bij elkaar passen, komen ze niet verder dan een paar regels. Ze verwoorden elkaars regeltjes met: ‘Is dat alles?’ Het is of valt niet te begrijpen. Het onverwoordbare is niet te beschrijven, maar bepaalt ons leven.
Literatuur, lectuur, proza, poëzie, opera, popmuziek, liefde en religie zijn verwoordbare verschijnselen die ons leven kunnen beheersen. Maar verwoorden waarom juist dié literatuur, lectuur, proza, poëzie, opera, popmuziek, liefde en religie ons roert, ons een traan doet wegpinken, is niet onder woorden te brengen. Als we dat niet kunnen, als we niet kunnen verwoorden waardoor ons handelen wordt geleid of gestuurd, misschien dan de uiting? Misschien kan benoemd worden waarin het onverwoordbare zich toont. Ik verwoord het verschijnen van het onverwoordbare als een verlangen, als hartstocht. Het verlangen is individu, groep of volk specifiek en afhankelijk van de gegeven werkelijkheid in cultuur en traditie gevormd. De vraag werpt zich op of dat verlangen bevredigd kan worden. De kenmerken of uiterlijkheden kunnen bekrachtigd worden, bevrediging slechts kortstondig, ten langen leste kan het individu zich niet van zijn verlangen of hartstocht verlossen. Omdat verlangen na het onverwoordbare komt en bevrediging slechts de kenmerken of uiterlijkheden kortstondig kan oplossen, doen vervagen of wegnemen. Zodat een duurzaam wegnemen van verlangen voor ons mensen niet is weggelegd. Van baby tot de ouderdom zijn we ermee ‘opgezadeld’. ‘Opgezadeld’, omdat het ons ook plezier kan brengen. Maar na een korte tijd is het verlangen er weer. Waarom?, we weten het niet. Of ook wel, namelijk: Wij zijn verlangen!
Dat betekent dat we er rekening mee moeten houden, omdat het ons handelen beïnvloed en we er niet van verlost kunnen worden. Niet van verlost kunnen worden is te sterk uitgedrukt. Sommige mensen lukt het het verlangen weg te drukken, uit het lichaam zelfs te verbannen na langdurige ascese in kluizenaars omstandigheden, in eenzaamheid. Waarbij handelen alleen nog plaatsvindt om het lichaam in uiterst summiere omstandigheden in leven te houden. Het lichaam is in staat van plantaardige omstandigheden. Het denken is tot stilstand gebracht en geen strijd meer wordt gevraagd van het lichaam tot handhaving, omdat de eenzaamheid dat niet eist. Zou het kunnen dat, indien geen strijd van het lichaam wordt gevraagd en het denken tot stilstand is gekomen, dát het verlangen dood? Zou dát kunnen verklaren waarom bij zeer jongen mensen het verlangen nog niet ontwikkeld en bij zeer oude mensen het verlangen verstomd is? Als dat zo is, zijn dan verlangen, denken en strijden uitingen van een zijn in de werkelijkheid? Een niét verlangen, denken en strijden een slapen in de werkelijkheid? Dat alleen mogelijk is buiten de werkelijkheid, in afzondering, in eenzaamheid, als kluizenaar! Leefomstandigheden die door kenners als gelukzaligheid, jouissance, de hoogste vorm van geluk, worden omschreven.
            Zouden we dan mogen menen dat uitingen van het zijn in de werkelijkheid door ons mensen dan niet anders vormgegeven kan worden dan door verlangen, denken en strijden? Drie kenmerken, die samen noodzakelijk zijn voor ons mensen die willen leven, overleven? En dat willen wij! Wij, wij mensen, zijn alleen geboren voor het verwekken van nageslacht, tot handhaving van de soort. Daarvoor zijn en worden we slechts geboren. Mogen we hier even zijn. Een tel! Oneindig niet, ping, oneindig niet. Onze taak vervullen is primair nageslacht verwekken. Secundair dat nageslacht begeleiden tot de volwassenheid, opdat ook zij de taak kunnen vervullen. Dat in het dan. Meer is er niet. Hier moeten we het mee doen. Dat heeft veel weg van het verliefde stelletje: ‘Is dat alles?’ Ja! Als je als mens in de bijzondere omstandigheid verkeert, dat je die tel als een plezierige tel kunt invullen, Vul in!

            Als het leven van ons mensen in de werkelijkheid tot gevolg heeft dat wij verlangen, denken en strijden als noodzaak tot zelfhandhaving of overleving, waarom worden deze kenmerken dan niet bewust aangesproken zodat zelfhandhaving zich kan profileren? Zodat we de kenmerken kunnen oefenen en daardoor deze kunnen ontwikkelen. Door de kenmerken gelijktijdig in samenhang te oefenen, oefenen we zelfhandhaving. Oefenen we overleven, oefenen we het onverwoordbare dat zich in de kenmerken uit. In onze zelfhandhaving verschijnt het onverwoordbare, als oerdrang tot leven. Daardoor kunnen we tot een juiste vervulling van onze primaire en secundaire taak komen. Het onverwoordbare geven we door aan ons nageslacht en waardoor ook zij verlangen, denken en doen. Zolang het menselijk ras bestaat, zullen deze kenmerken zich altijd, soms in alle hevigheid, manifesteren.

Wat nu gedaan?

            Als het onverwoordbare ons leven bepaalt, wij daar niet bij kunnen, het zich toont in verlangen, denken en doen, kunnen we ons leven dan beïnvloeden, sturen? Over die vraag wordt al eeuwen gediscussieerd. De vraag in hoeverre wij vrij zijn in het maken van keuzes. De vraag van de vrije wil. Ik meen dat dat slechts binnen grenzen mogelijk is en daardoor is de wil niet vrij. Barrières zijn of worden onder andere opgeworpen door, cultuur, milieu, persoonlijke ontwikkeling, huidige en komende leefomstandigheden. De speelruimte is beperkt, maar er is ruimte. Als we weten dat de ruimte beperkt is, hoe kunnen we die dan op de meest juiste wijze invullen?
            Door goed bij onszelf na te gaan wat plezier geeft in het doen, wat ik fijn vind te doen, waarvoor ik mij een aantal jaren volledig wil inspannen, mij zo goed mogelijk in wil ontwikkelen, geeft dat lol in dat doen. Lol in dat te doen wat je doet is noodzakelijk voor een aangenaam zijn in de ping. Het aangenaam vinden is de prikkel tot de stimulans, tot het een geestelijke en volledige intellectuele inzet. Daardoor wordt het verlangen geprikkeld tot handhaving van het doen en tot stimulering het denken in te zetten het doen te verbeteren. Deze circulaire beïnvloeding draagt er zorg voor dat wij ons verlangen, denken en doen prikkelen tot een juiste invulling van ons zijn in de ping. Veel ruimte laat het leven ons niet, benut haar zo juist als mogelijk. Een juiste invulling past de persoon, versterkt de circulaire invulling en leidt naar tevreden zijn. Ons doen werkt en produceert dat waarmee we instemmen, fijn vinden het te doen, we beleven er lol aan. Het denken rondom het doen, tot realiseren van, heeft betekenis voor ons, we zijn er trots op. Daardoor wordt ons verlangen versterkt in een richting die het werken en de betekenis versterkt tot een optimale situatie zich bestendigd. We zijn tevreden, in die tevredenheid treden we het leven met enthousiasme tegemoet. Het verlangen kunnen we niet duurzaam bevredigen, zoals beschreven, er ontstaat steeds weer een nieuw verlangen waardoor doen en denken in beweging worden gebracht en een circulaire beweging ontstaat rond een nieuw onderwerp, vanuit het enthousiasme.

            Een overmatige invulling van verlangen kan de circulaire beweging doen toenemen tot een steeds sneller draaiende beïnvloeding. Controle vanuit het denken verslapt. Als controle vanuit het denken is verwenen kan de circulaire beweging een cycloonachtige vorm aannemen. Louter verlangen en doen leiden nogal eens tot een catastrofe, zoals de geschiedenis leert. Dat kan ontstaan als geloven tot zeker weten verwordt en de twijfel is verdwenen. Dan is denken niet meer aanwezig, vindt blind doen plaats met grootse schade.
Als de circulaire beweging tot stilstand wordt gebracht, doordat de persoon het doen tot het aller-noodzakelijkste heeft beperkt, door beetje eten en drinken tot instandhouding van het lichaam, denken en verlangen uitgebannen zijn, soms voorafgegaan door psychoses, kan een zodanige leegte van denken en verlangen ontstaan dat dat leidt tot wat door kenners wordt genoemd: gelukzaligheid, jouissance.