Neergang van het westen


De sterke opkomst van het westen na de tweede wereldoorlog, 1940-1945, heeft in het westen vanaf ongeveer 1980 een dermate weelde gerealiseerd dat de westerse benen deze nauwelijks kan dragen en op nog al wat terrein niet meer. Het in weelde zwemmen van de westerse mens heeft genoegzaamheid en naïviteit verwekt in uitdrukkingen als: ‘Wij zijn de besten, wij weten het. Onze leefwijze moet overgenomen worden. Als je niet meedoet, ben je tegen ons. Wij hebben geen honger'. De begeerte naar rationalisatie en materialisatie, waardoor het gevoel is verdwenen, als gevolg van het ‘goede' leven heeft er onder andere toe geleidt dat we ons met minder kennis te vrede stellen dan voor de (vrede en) ontwikkeling van het westen noodzakelijk is.
De producten van het westen zijn de afgelopen 25 jaar beduidend complexer geworden waardoor de westerse economie, die van deze producten leeft en geproduceerd door de huidige generatie werknemers, zich heeft kunnen ontwikkelen. Deze gespecialiseerde maatschappij, cultuur, kan in moeilijkheden geraken als zij doorgaat op de weg die al enige jaren bewandeld wordt. Opvoeding, oefening en onderwijs zijn zodanig gedevalueerd dat jonge mensen jaren nodig hebben om als volwaardige zelfstandige medewerkers verantwoordelijkheid te kunnen dragen en om de complexe producten te produceren. Deze verarming komt niet van buitenaf, maar van binnenuit en wordt daardoor minder (niet) gezien.

Geregeleld door de klok, verdeeld in absorberende of lege werkzaamheden, die steeds minder de mens als mens bevredigen, voert zij hem tot het uiterste, nl. dat de mens zich een deel van een machine gaat voelen, dat afwisselend hier of daar wordt ingezet, en dat vrijgelaten niets is en niets met zichzelf kan beginnen. En juist als hij begint tot zichzelf te komen, wil de kolos van deze wereld hem toch weer terug terekken in de alles verterende machinerie van lege arbeid en lege genoegens in vrije tijd.
Karl Jaspers, Inleiding tot de philosophie pag. 116.

Aan gekwalificeerd personeel is nauwelijks te komen, wij zijn in slaap gesukkeld. Deze lethargie, als gevolg van de welvaart, wordt niet onderkend, of onvoldoende, en heeft tot gevolg dat in de komende jaren steeds meer personeel van buiten het westen ingehuurd gaat worden om de complexe producten te produceren, ofwel deze worden in het oosten geproduceerd met als gevolg steeds minder werk in het westen. Maar ook zien goed opgeleide mensen voor zichzelf een betere toekomst weggelegd elders en dreigt een ‘braindrain' te ontstaan.
De open westerse maatschappij heeft een vindingrijke, creatieve, flexibele cultuur met een vrije geest en een functioneel denkvermogen ontwikkeld. Door te onderkennen wat dreigt, is het misschien mogelijk de neergang om te buigen in een opgang. Maar dat zal niet eenvoudig zijn omdat de westerse mens verwend is en in luxe zwemt. Toch doe ik een beroep op de westerse mens zich dat te realiseren en pogingen te doen het tij te keren.

Wat staat het westen te doen?

Opvoeding, oefening en onderwijs.
Maar te beginnen met een paar jaar rust in de organisaties. De overheid heeft met haar quasi 'innovatie-, veranderings- en kwaliteitsverbeterings'-drang een ondoorzichtige en vermoeide werksituatie bewerktstelligd. Na de rust periode, met de handen in de zakken en nadenken, kan dan zorgvuldig, standvastig, fatsoenlijk en uitvoerbaar beleid op poten gezet worden.

Investeer in een samenleving die gericht is, wordt, op een onzekere wereld. Een wereld die complex geworden is en sterk veranderd. Dat betekend dat zekerheden tegen het licht moeten worden gehouden met de vraag: 'Wat betekenen zij over 10 jaar?'. Wat betekenen zij in de te verwachten toekomstige samenstelling van onze samenleving? Hoe kunnen wij met die veranderingen samen omgaan en daar ons onderwijs op richten. Een krampachtig vasthouden aan verworvenheden binnen culturen geeft vereenzaming en afstand nemen van het samen leven. Het leidt tot een onttrekking aan de werkelijkheid, verloochening hiervan en verval. Als we dat niet willen, zullen we moeten erkennen dat we mee moeten gaan met de wereld in verandering.

Als jonge mensen die dingen doen waar ze plezier aan beleven ontstaat motivatie!
Dat is niet alleen leuk voor hen zelf, maar zij stralen dat ook uit naar andere mensen en de maatschappij. Biedt jonge mensen onderwijs met toekomst. Hierdoor willen jonge mensen graag onderwijs en daardoor minder te vroege schoolverlaters.

De westerse cultuur die naar buiten gericht is, waar rede en rationaliteit een belangrijke rol spelen, maakt kennis met de oosterse cultuur die naar binnen gericht is, waar gevoel en mystiek een belangrijke rol spelen en omgekeerd maakt de oosterse cultuur kennis met de westerse cultuur.

De ultieme gedachte:
Ik hoop dat beide culturen er iets moois van maken, er een betere wereld ontstaat door samen leven, een wereld creëren die een thuis  zou kunnen worden.