Abraham Joshua Heschel

Ik vroeg om verwondering

Abraham Joshua Heschel (1907-1972) was een Amerikaanse rabbijn en een van de grote spirituele leraren van de twintigste eeuw. In de bloemlezing I Asked for Wonder. A Spiritual Anthology zijn de belangrijkste meditaties en inzichten van Heschel bij elkaar gebracht en naar onderwerp gerangschikt. Veel van zijn inzichten passen in de filosofische traditie van de levenskunst. Zo vraagt hij zich af 'How should I live the life that I am?' en roept hij jongeren op `to build a life as if it were a work of art’. Ook met betrekking tot ouderdom en de dood heeft Heschel interessante gedachten. Hij stelt dat wij ouderdom zien als een ziekte, als een straf, als iets om je voor te schamen. Tegenover deze opvatting poneert Heschel de stelling dat ouderdom geen nederlaag maar een overwinning is, en geen straf maar een voorrecht.

HET SCHEIDEN DER WEGEN
Alles wat bestaat gehoorzaamt. Alleen de mens heeft een unieke status. Als natuurlijk wezen gehoorzaamt hij, als menselijk wezen moet hij vaak kiezen; opgesloten in zijn bestaan is hij ongeremd in zijn wil. Zijn daden komen niet uit hem voort als stralen energie uit de materie. Hij staat op het punt waar de wegen zich scheiden en moet af en toe beslissen welke kant hij op gaat. Zijn levensloop is dus onvoorspelbaar; niemand kan vooraf zijn autobiografie schrijven.

JEUGD
`Wat hebt u voor boodschap voor jonge mensen?' vroeg Carl Stern van NBC aan het eind van een televisie-interview aan rabbi Abraham Joshua Heschel kort voor zijn dood.
Rabbi Heschel antwoordde: `Laten ze eraan denken dat er voorbij de absurditeit betekenis is. Laten ze er zeker van zijn dat elke daad telt, dat elk woord kracht heeft, en dat we allemaal het onze kunnen doen om de wereld te verlossen, ondanks alle absurditeiten en alle frustraties en alle teleurstellingen.
En laten ze er vooral om denken... een leven op te bouwen alsof het een kunstwerk is’.

OUD
De ouderdom is iets wat we allemaal willen bereiken. Maar als hij eenmaal bereikt is, beschouwen we hem als een nederlaag, een vorm van doodstraf. De medische wetenschap denkt misschien dat ze ons een zegen heeft geschonken door ons in staat te stellen een hoge leeftijd te bereiken, maar wij blijven doen alsof het een ziekte is.
Er wordt meer tijd en geld gestoken in de kunst om de tekenen van ouderdom te verbergen dan in de bestrijding van hartziekten of kanker. Je vindt meer patiënten in de schoonheidssalon dan in het ziekenhuis. We zijn nog liever kaal dan grijs. Een witte haar is iets gruwelijks. Oud zijn is een nederlaag, iets om je voor te schamen.
Hoewel we de ouderdom officieel geen tweede jeugd noemen, ontwerpen we programma's die zeer geschikt zijn om van oude mensen kinderen te maken. Je bezighouden met spelletjes en hobby's, een overdreven nadruk op recreatie, kan de verveling wel tijdelijk verdrijven, maar draagt niet bij aan het verwerven van innerlijke kracht. Het effect is veeleer een geconserveerd bestaan, ingelegd in pekel met specerijen.
Is dat het doel van het bestaan: studeren, groeien, zwoegen, rijpen en de pensioenleeftijd bereiken, om dan als een kind te leven? Met pensioen zijn betekent tenslotte niet dat je achterlijk bent.
De ouderdom is geen nederlaag maar een overwinning, geen straf maar een voorrecht.
Je zou aan de ouderdom moeten beginnen op de manier waarop je aan je laatste jaar op de universiteit begint, vol opwinding uitziend naar de bekroning. Wie op jaren is heeft overzicht, heeft van zijn mislukkingen geleerd en is in staat zich van vooroordelen te ontdoen, niet meer koortsachtig zijn belangen na te streven. Hij is opgehouden in elke medemens iemand te zien die hem in de weg staat en ziet het leven niet langer als een concurrentiestrijd.
In elk bejaardenhuis is iemand aangesteld voor de recreatie, die zorg draagt voor de fysieke activiteiten; er zou ook iemand moeten zijn voor de kennis, die zorg draagt voor de intellectuele activiteiten. We stellen minimumeisen aan het fysieke welzijn, maar zouden er geen minimumeisen aan het intellectuele welzijn moeten worden gesteld?
Wat de natie nodig heeft, is hoger onderwijs voor ouderen, waar wijze mannen potentieel wijze mensen onderrichten, waar het doel van de studie niet een carrière is, maar het studeren zelf.
Het doel is niet om de bejaarde bezig te houden, maar om hem eraan te herinneren dat elk moment kans biedt op grootheid. Innerlijke reiniging is minstens zo belangrijk als hobby's en recreatie.

DE DOOD
Het grootste probleem is niet hoe we ons bestaan kunnen voortzetten, maar hoe we het kunnen verheffen. De roep om een leven voorbij het graf is aanmatigend als er geen roep is om een eeuwig leven vóór dat we in het graf afdalen. De eeuwigheid is geen eeuwigdurende toekomst, maar een eeuwigdurende presentie. Door Hem is het zaad van het eeuwige leven in ons geplant. De toekomstige wereld is niet alleen een hiernamaals, maar ook een hier en nu.
Ons grootste probleem is niet hoe we verder moeten gaan, maar hoe we kunnen terugkeren. ‘Hoe kan ik de Heer al zijn weldaden vergelden?' (Psalm 116:12). Als het leven een antwoord is, is de dood een thuiskomst.
De grootste wijsheid die een mens kan bereiken, is de wetenschap dat het zijn bestemming is om te helpen, te dienen. We moeten overwinnen om te bezwijken; we moeten verwerven om weg te geven; we moeten triomferen om overweldigd te worden. De mens moet begrijpen om te kunnen geloven, weten om te kunnen aanvaarden...
Dit is de betekenis van de dood: de ultieme toewijding van het zelf aan het goddelijke. Als de dood zo wordt opgevat, wordt hij niet vervormd door de hunkering naar onsterfelijkheid, want dit weggeven is wat de mens terugdoet voor Gods gave van het leven.

 

Frank Schirrmacher

Gevecht om het hoofd

De Duitse essayisten Frank Schirrmacher (1959) schreef met Het methusalemcomplot (2004) een bestseller. Schirrmacher kaart het probleem van de vergrijzing aan. Hij ziet de vergrijzing en de gevolgen daarvan als een universeel probleem, dat alle generaties treft en waar iedereen dus mee te maken zal hebben. Schirrmacher ziet twee oplossingen voor dit probleem. Immigratie uit de islamitische wereld, aangezien vrijwel uitsluitend in de Arabische wereld het aantal jongeren sneller stijgt dan het aantal ouderen. Een andere oplossing is een algemene mentaliteitsverandering, die Schirrmacher presenteert in de vorm van een complot: we moeten massaal onze associaties rond ouder worden en ouderdom bijstellen en een meer positief beeld ontwikkelen. Ouderen zijn niet achterlijk, afgedankt of letterlijk uitgeleefd en staan niet aan de rand van de af grond, maar hebben iets te bieden, zijn waardevol en invloedrijk.

In het jaar 2000 ontstonden er tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen problemen met de elektronische stemmachines in Florida, de staat met het hoogste aandeel ouderen. De tv en de tijdschriften wisten wie de schuldigen waren. Ze vertoonden beelden van oudere kiezers uit Palm Beach County die per ongeluk op de verkeerde kandidaat hadden gestemd. Politicologen verklaarden de problemen door te zeggen dat de ouderen het systeem niet hadden begrepen, een tv-commentator zei dat die oude mensen niet meer zo helder in hun hoofd waren als vroeger (`not as sharp as they used to be'), en in het journaal was een demonstrant te zien die protesteerde met de leuze 'Stupid people shouldn't vote' ('Domme mensen moeten niet gaan stemmen').
De meest extremistische vooronderstelling waar oudere mensen mee te maken krijgen, is de openlijke twijfel aan hun verstand. Ze mogen dan sportief zijn en een uitstekende bloedspiegel hebben, bergen beklimmen en wereldzeeën bevaren, de twijfel over hun verstand raken ze niet meer kwijt. In veel bedrijven geldt iemand van 35 al als 'vastgelegd'. Niet veel later krijgt hij opmerkingen over zijn gebrek aan ideeën en inspiratie.
In de komende decennia van ons leven zal al dan niet herkenbaar een atmosfeer ontstaan waarin het hoofd en het verstand belangrijk worden. Het aantal quizen en informatieve uitzendingen zal toenemen, via internet worden allerlei vormen van hersengymnastiek aangeboden en het kleinste beetje vergeetachtigheid leidt tot grote paniek. Een grote twijfel aan onszelf zal binnensluipen in onze maatschappij, de twijfel of we onszelf nog kunnen vertrouwen.

Als we een complot tegen de ouderdomsdiscriminatie willen smeden, dan moeten we dus bij het hoofd beginnen. De maatschappij laat vaste ideeën pas los als wij er in ons hoofd een streep door hebben gezet. U moet uit uw hoofd zetten dat ouder worden uitsluitend een proces van verval is. U moet aan uw verdediging werken, uw woede en agressie richten tegen stereotypen die u uit het veld dreigen te slaan. Anders zult u uw geloof in eigen kunnen verliezen, en dat is de garantie voor de complete afbraak van uw zelfbewustzijn.
Het gaat letterlijk om uw hoofd. Beter gezegd, om uw verstand. Ouderdomsdiscriminatie is bewust gericht op uw verstand en de werking van uw hersenen. Tegen deze hersenspoeling moeten psychische en fysieke verdedigingsstrategieën worden ontwikkeld. We moeten een hersenspoeling over de inrichting van ons leven, zoals in George Orwells roman 1984, voorkomen. Wie aan de `verkeerde kant van de 40' is terechtgekomen, wordt slachtoffer van deze behandeling. Tv, reclame en lichamelijke omstandigheden maken u langzamerhand murw. U moet zich ervan bewust zijn, dat de grootste vernedering in Orwells boek, de scène waarin de hoofdpersoon moet uitleggen dat 2+2=5, geen metafoor is.
De Amerikaanse Academie van Wetenschappen heeft in 1992 in een fundamenteel onderzoek naar de gevolgen van veroudering voor de menselijke hersenen aangetoond hoede ouderdom wordt beïnvloed door de verwachtingen over ouderdom. Velen van ons verwachten concentratie- en geheugenproblemen te krijgen als ze ouder worden. Uit onderzoek blijkt dat deze verwachting alleen al `zorgt voor een slechter geheugen, omdat ze aanleiding geeft tot minder inspanning en eerder opgeven en het gebruik van aangepaste strategieën overbodig doet lijken, wat er weer toe leidt dat men uitdagingen vermijdt en geen hulp zoekt bij een arts. Denk bij dergelijke opmerkingen niet aan hoge ouderdom. Denk aan de jaren die op u af komen. Vijfennegentig procent van de discriminatie waaronder ons zelfbewustzijn lijdt, is gebaseerd op de aanname dat het prestatievermogen van oudere mensen afneemt. De denkbeelden over `has beens'en het idee van `zij hebben hun beste tijd gehad; die vroeger vooral in creatieve beroepen opgeld deden, zijn in bijna alle beroepsgroepen doorgedrongen. Het idee van geestelijk verval is echter op niets anders dan angst en vooroordeel gebaseerd.
De ouderdom is natuurlijk geen idylle. Niemand beweert dat ouder worden zonder prestatieverlies gaat, zonder een stapje terug te doen en wat langzamer te worden. Niemand beweert dat het gemakkelijk is. Iedereen vindt zijn eigen weg en zijn eigen lot, maar het is heel wat anders wanneer de maatschappij zich als hoeder en censor van het individuele bewustzijn opwerpt. Hersenonderzoeker Shinobu Kitayama schrijft, dat we accepteren dat ieder mens zijn eigen weg naar volwassenheid moet vinden. We vinden het normaal dat het biologisch onderscheid dat in de puberteit zichtbaar wordt, slechts een van vele onderscheidende aspecten is, en we weten allemaal dat de mens vanuit de biologische structuur naar een culturele ordening toegroeit. Daarom moeten we de lineariteit van het verval dat we bij anderen en bij onszelf veronderstellen, zien voor wat het werkelijk is: een constructie die met dewerkelijkheid net zoveel van doen heeft als de teletubbies met de sociale betrekkingen tussen mensen.

Maak voor uw eigen bestwil een eind aan die hersenspoeling. Uw toekomstige ik staat nu al op het spelende angsten waar u nu mee zit kunnen u enorme schade toebrengen. De hersenonderzoeker Wolf Singer heeft over de opvoeding van kinderen en jonge mensen opgemerkt dat opvoeding de meest effectieve microchirurgische ingreep is die denkbaar is. Hersenonderzoek wijst uit dat een goed of een kwaad woord, een lel of een aai, in de hersenen van kinderen een heel neuronaal systeem verandert en een opbouw voor altijd vernietigen kan zonder dat er een nieuwe geproduceerd wordt. Ook al hebben de hersenen van een volwassene niet meer de flexibiliteit van die van kinderen, ze kunnen zich nog steeds verder ontwikkelen door leren, autosuggestie en geheugentraining, en door ze voortdurend te gebruiken.
Ouder worden is een proces van degeneratie. Paul Baltes, de éminence grise van het ouderenonderzoek, werkt al jaren onafgebroken aan een realistisch beeld van het ouder worden. Uit onderzoek naar het geestelijk prestatievermogen `kwam naar voren dat in de periode tussen twintigste en zeventigste jaar maar een klein deel van deze capaciteiten (bijvoorbeeld de snelheid) afneemt. De woordenschat bijvoorbeeld blijft gelijk, of groeit zelfs. Uit de Berlijnse ouderdomsstudie blijkt dat alles na het zeventigste levensjaar afneemt. Een vijftienjarige deelnemer scoorde hoger dan het gemiddelde van de zeventigjarigen.'
Ondanks dit algemene en niet onbelangrijke verlies, verschillen de intellectuele mogelijkheden van ouderen tot op zeer hoge leeftijd sterk. In onderzoek van Baltes en anderen is het prestatieverlies op verschillende manieren gemeten en beoordeeld. We weten dat het oudere mensen steeds zwaarder valt om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. De achteruitgang van het waarnemingsvermogen vraagt een steeds grotere compensatie door de hersenen en de reserves nemen steeds meer af. Het zijn allemaal processen die op zeer hoge leeftijd, vooral boven de 90, versterkt worden door dementie en Alzheimer. Stabiel blijven in deze'vierde levensfase, de zeer hoge ouderdom, is een voortdurende strijd om evenwicht. Die kan onder andere bereikt worden door het complexe leven van alledag zoveel mogelijk te vereenvoudigen. Ook hier zullen de grenzen vermoedelijk gaan schuiven en na 2020, wanneer de ouderengolf zijn hoogtepunt nadert, in een heel ander licht komen te staan.
Dit zijn allemaal individuele en geïndividualiseerde ontwikkelingen. Zelfs op het moment dat ze zich aandienen is nog onduidelijk hoe een individuele mens op het verlies van bepaalde vermogens zal reageren.
Net als op andere gebieden moeten we ook hier onze normen opnieuw definiëren. Als u ouder wordt bent u niet, zoals de maatschappij wil doen geloven, van de ene op de andere dag een ander. Die suggestie bestaat alleen omdat ouderen duizenden jaren lang uit het perspectief van de meerderheid, de jongeren dus, zijn waargenomen.
Tijdens ons leven veranderen de verhoudingen. De ouderen gaan de meerderheid vormen en daarmee verandert het perspectief. De manier waarop wij de vermogens van een oudere na honderdduizend jaar menselijke evolutie zijn gaan inschatten, kan niet maatgevend zijn. Niet voor onze maatschappij, noch voor onze politiek, noch voor ons sociaal systeem of onze familie en ook niet voor ons eigen ik.
De regels veranderen, dat geldt al voor hen die in het eerste kwart van de vorige eeuw zijn geboren. Bij proefpersonen werd weliswaar een vermindering van het `niveau van herinneringen' vastgesteld, maar geen verminderd herinneringsvermogen zelf.
Wie lang in een stad woont, die daar dus oud geworden is, is sneller waar hij zijn wil. Omdat hij overal de kortste route kent, is hij soms zelfs sneller dan de jonkies. Dat is de kracht van de ervaring. Natuurlijk pikken we dingen niet zo snel meer op als we echt oud worden. Het valt niet te ontkennen dat dementie bestaat. Maar iedereen die u iets anders wil wijsmaken, en daartoe behoort u zelf, kunt u vertellen dat het vermogen om te leren tot op hoge leeftijd niet afneemt. `Het behoud van het leervermogen; aldus onderzoekers met typisch wetenschappelijke voorzichtigheid, `wijst erop dat bij afwezigheid van dementieziekten de mogelijkheid tot een zinvolle gedachte-uitwisseling — de voorwaarde voor intellectuele deelname aan de gebeurtenissen in de buitenwereld—tot op zeer hoge leeftijd behouden blijft. Jongeren kunnen zich zelfs niet op een grotere snelheid beroepen. De directeur van het Max Planck Instituut voor hersenonderzoek, Wolf Singer, heeft aangetoond dat het denkproces bij ouderen langzamer wordt, maar hij laat zien dat er iets anders voor in de plaats komt waarin alle trucs die ouderen ter beschikking staan tot uiting komen. Door hun ervaring kennen ze de kortste route en zo zijn ze net zo snel als jongeren.

Deze natuurwetenschappelijke rehabilitatie, van de ervaring heeft in onze maatschappij nog geen voet aan de grond gekregen. Maar ze zal in de toekomst een van onze belangrijkste hulpbronnen zijn. Zoals een paar slechte woorden het verstand al kunnen beschadigen, zo kan er genezing optreden als we verstandig gebruik maken van wat we over ons zelf weten. Het gaat er hier niet om een levensfase die we vermoedelijk allemaal zullen bereiken, door statistiek van zijn dreiging te ontdoen. Het gaat om een fundamentele correctie. Wij koesteren, zelfs met de huidige inzichten, een volledig verkeerde normatieve voorstelling van de ouderdom. Rolpatronen en spiegelbeelden bezorgen ons, ondersteund door tv en reclame, een anachronistische, onaantrekkelijke, tweedimensionale karikatuur van ons zelfbewustzijn. Resultaat daarvan is de verbanning.

 
 
Bron.
Joep Dohmen & Jan Baars.De kunst van het ouder worden.