De levende mens
De levende mens bestaat uit een levend lichaam, waarneembaar, en een levende geest, niet waarneembaar. Een levend menselijk lichaam zonder levende menselijke geest bestaat evenmin als een levende menselijke geest zonder levend menselijk lichaam. Om het leven in stand te houden en uit te breiden heeft het leven de levenswil ontwikkeld. Of omgekeerd? De levenswil -wil tot leven- heeft het leven ontwikkeld? De levende mens heeft dus drie wezenseigenschappen: het levende lichaam, de levenswil en de levende geest.
Overal in de natuur kunnen we de strijd waarnemen die het leven voert om te blijven leven en het leven uit te breiden. Die uitbreiding vindt zowel bij plantaardige organismen als bij dierlijke organismen plaats. Bij planten zien we regelmatig nieuwe scheuten en bladeren ontstaan soms op plaatsen waar we die zeker niet hadden verwacht, omdat bijvoorbeeld een sterke hindernis genomen moest worden. Als de tuin omgespit is en er weer plantloos uitziet, zien we nieuwe scheuten ontkiemen op plaatsen waar we gehoopt hadden dat die verwijderd waren. Dieren geven het leven periodiek door, veelal in voor- en najaar. Zodra het leven bij de dieren is doorgegeven heeft de schenker en ontvangster de periodieke taak vervuld en vervolgt ieder het leven, de ‘taak is volbracht'.
Als de natuurlijke tijd zich aankondigt vindt herhaling van de doorgeeftaak plaats, omdat de levenswil het dier appelleert aan de doorgeeftaak van leven. Sommige diersoorten moeten een zeer harde strijd voeren om de doorgeeftaak te vervullen. Paling, aal, zwemt duizenden kilometers om op de paaiplaatsen te komen, de Sargossa Zee bij de Bermuda-eilanden. Aallarven worden geboren en groeien tot glasaaltjes, waarna naar men aanneemt de oudere dieren sterven en de jongeren teruggaan naar hun oorspronkelijk leefgebied, met in hun zog de glasaaltjes. Als de tijd daar is gaan ze de zwemtocht weer aanvangen omdat de doorgeeftaak zich aankondigt. Dat die doorgeeftaak met zware strijd gepaard gaat en soms niet overleefd wordt kunnen we zien bij de spin de zwarte weduwe. Vooral het (kleinere) mannetje van de zwarte weduwe is dikwijls het slachtoffer van de gevaarlijke beet van het vrouwtje. Na de paring moet hij zich snel uit de voeten maken om te voorkomen dat zijn partner haar naam eer aan doet.
Ook bij de mens komt de doorgeeftaak soms tot uiting in een plotselinge intuïtieve prikkel, ondefinieerbare intieme aantrekkingskracht van bij elkaar horen, tot schenken en ontvangen waarna elk het leven zou kunnen vervolgen, omdat de ‘taak is volbracht', nieuw leven is 'gemaakt'.

De levende mens moet het levende lichaam voeden, om het levend te houden. Voedsel, eten en drinken, is noodzakelijk omdat de mens zonder voeding sterft. Om de lichamelijke behoefte te bevredigen neemt de mens voedsel tot zich.
De levenswil, die de mens dwingt zich zelf in stand te houden, vraagt activiteit van het lichaam en geest om dat te realiseren. Soms vraagt het bevredigen van de levenswil zware strijd om te overleven. Het verstand wordt gepijnigd om in benarde situaties een overlevingsstrategie te bedenken. Het lichaam moet de bedachte strategie uitvoeren en de strijd aangaan. De levenswil dwingt lichaam en geest te strijden om te overleven, daar is dapperheid en moed voor nodig. Om de levenswil te bevredigen wordt de mens uitgedaagd door het leven, hij ‘moet' overleven.
De levende geest, geeft leiding in het vinden van oplossingen om in de gegeven levenssituatie te overleven. Is een mogelijke gedachte tot de verbeelding gekomen dan kan het verstand de gedachte laten toetsen op haalbaarheid, door de rede. Als de rede de gedachte haalbaar vindt, kan onder leiding van de geest het lichaam de gedachte uit voeren. Vindt de rede de gedachte niet haalbaar dan moet een nieuwe oplossing bedacht worden voor de gegeven situatie, of kan het verstand aanbevelen niet tot actie over te gaan. Om de levende geest te bevredigen wordt de rede getart om de juiste strategie te bedenken voor de gegeven levenssituatie. Ook kan onder leiding van de geest de mens zich kennis eigen maken om zijn redbaarheid te vergroten, 'waarheid' zoeken.
De bevredigende activiteiten voor het levende lichaam, de levenswil en de levende geest zijn afhankelijk van de levenssituatie en de ontwikkeling van individuele mens. Door de eeuwen zijn deze activiteiten op verschillende manieren verwoord zowel in het oosten als in het westen. Die verwoording beoogt de mens beter te maken en te ontwikkelen in een richting die de schrijver in gedachten had. Deze kunnen van filosofische en of religieuze aard geweest zijn en zijn tot uitdrukking gekomen in de oosterse en westerse filosofie, religie, cultuur of oriëntatiekader.
Oosterse filosofie
| Bagavad Gita | Boeddhisme | Iki | Taoïsme |
|
| (Japan) | (inverse) | |||
| Levende lichaam | Tamo-guna | Doen | Afzien | Zelfsloos |
| Levenswil | Rajo-guna | Voelen | Trots | Verdiensteloos |
| Levende geest | Sattva-guna | Denken | Koketterie | Naamloos |
Westerse filosofie
| Plato | Aristoteles | Spinoza | Gasset | Schopenhauer | |
| (inverse) | |||||
| Levende lichaam | Begeerte | Genot | Lichaam | Lichaam | Ascese |
| Levenswil | Dappere | Onvermoeibaar | Streven | Ziel | Quiëtisme |
| Levende geest | Wijsgerige | Beschouwelijk | Geest | Geest | Mystiek |
| I Kant | |
| Levende lichaam | Oordeelsvermogen, esthetica, gevoel van lust en onlust, welbe- en onbehagen, smaak, genot |
| Levenswil | Praktische rede, ethica, vermogen tot begeren, we handelen alleen als we gemotiveerd zijn. Ik wil dat |
| Levende geest | Zuivere rede, kenvermogen, beredeneren wat war is, objectief en eerlijk |
| F Nietzsche | |
| Levende lichaam | Handelen in wat aangenaam, nuttig en doelmatig is |
| Levenswil | Handelen volgens het pricipe van eer |
| Levende geest | Zelfbepaling van wat nuttig, doelmatig en eervol is |
| S Freud | |
| Levende lichaam | Geslachtsdrift, onbewuste oerdrift |
| Levenswil | Aanvalsdrift, onbewuste oerdrift |
| Levende geest | Intelligentie, bewust verstand |
| RW Popper (Drie-wereldenleer) | |
| Levende lichaam | Wereld één: alle fysicshe voorwerpen en toestanden |
| Levenswil | Werels twee: Het bewustzijn, wensen, pijnen, voornemens, angsten, hoop, |
| Levende geest | Wereld drie: Het zelfsbewustzijn, objectieve geest, culturele producten, denkinhouden |
| H Arendt | |
| Levende lichaam | Arbeid, herhaalde bezigheden in harmonie zijn aangegeaan, consumeren, vlijt |
| Levenswil | Werken, het kunnen maken, vervaardigen van objecten laat existeren, succes |
| Levende geest | ´Handelen en Spreken´, initiëren van processen en oordelen vellen, waarheidlievend |
| K Jaspers | |
| Levende lichaam | Het levende bestaan, als hoedanig wij ieder een afzonderlijke individualiteit zijn |
| Levenswil | De existentie, als hoedanig wij eigenlijk onszelf in onze historiciteit zijn |
| Levende geest | Het verstand als bewustzijn zonder meer, als hoedanig wij alleen identiek zijn |
| A Huxley (Eeuwige filosofie, Philosophia perennis (Leibniz)) | |
| Levende lichaam | Lichaam, handelen, hunkeren naar comfort, viscerotoon |
| Levenswil | Psyche, voelen, toewijding, strijdlustig, somatotoom ( de diepste bezielende geest) |
| Levende geest | Geest, denken, kennis strevend, cerebrotoon |
De levende mens is continu gericht op het verwezenlijken van de behoefte van het levende lichaam, de levenswil en de levende geest. Zowel de oosterse als de westerse mens weet intuïtief dat het in harmonie en in balans bevredigen van die behoeften mogelijk leidt naar het vervolmaken van zijn bestaan, waardoor zij complementaire behoeften worden, en dat dat uiterst moeilijk te verwerkelijken is. Zo moeilijk dat velen het geluk buiten het menselijke zoeken, in de hoop het daar te vinden.
De levende mens kan gezien worden als een metafoor voor een levende organisatie. Omdat een organisatie uit mensen bestaat die wil overleven, zal ook alleen die organisatie overleven die de drie levensbehoeften zoveel als mogelijk kan verwezenlijken.