1 Inleiding
In het onderwijs heerst een gedachte: ‘Wat we zelf niet bedacht hebben, kan niet goed zijn’, zodat de onderwijsuitvoering weer eens moest veranderen bij de komst van een nieuwe directie, een andere organisatie structuur en competentiegericht onderwijs deed zijn intrede.
Wat dit laaste anders is dan wat we in de onderwijs-uitvoering deden of doen, de jongste aanpassing naar probleemgestuurdonderwijs was twee jaar eerder ingevoerd, weet ik niet. Meestal vinden veranderingen in de onderwijsuitvoering binnen vier jaar plaats, zodat tijdens een vierjarige opleiding verschillende onderwijsuitvoeringen gelijktijdig aangeboden worden, een gewoonte.
Nadat de jongste verandering was ingevoerd ontstond, in de propedeuse, de wens om versterking in onderwijs-ervaring. Omdat ik nog maar een paar jaar als actief docent in het onderwijs werkzaam mag zijn, heb ik aangeboden deze laatste jaren in de propedeuse door te brengen.
Het was een waar genoegen.
In die periode ben ik minder gaan werken, mijn seniorenregeling onderwijspersoneel was ingegaan, de realisatie echter moest nog plaatsvinden. In februari 2003 schreef ik dan ook een brief een collega’s en directie, waaruit ik een deel citeer:
Collega’s,
…
Na een jaar realiseer ik mij dat in het algemeen de salarisadministratie, betaalt minder uit, en de bank, ontvangt minder, dit misschien is opgevallen.
…
Ik begin mijn draai te vinden in de propedeuse en ben dan ook voornemens mijn primaire- en secundaire activiteiten buiten de propedeuse af te gaan bouwen voor de mij nog enkele werkzame jaren in het onderwijs, indien de natuur dat toestaat, als zelfbescherming en maak hiermee plaats voor de ‘jeugd’.
…
Met vriendelijke groet.
Daardoor ontstond de ruimte om ingevulling te geven aan een onderwerp dat bij mij al jaren op een verlanglijstje staat, namelijk filosofie, wat dat dan ook moge zijn.
Enige jaren hiervoor had mijn vrouw een cursus filosofie gedaan en de volgende boeken hiervoor aangeschaft:
Jan Bor, 25 eeuwen westerse filosofie.
Cor Schavemaker en Harry Willemsen, Over de moraal van de mens.
Een eerste aanzet betekende deze boeken te openen.
Tijdens lezing onstond, en ontstaat nog steeds, herkenning en verwondering over het geschrevene. Met de vragen als:
‘Hoe komen wij tot kennis?’, en
‘Waarom doen wij wat wij doen?’,
waar ik al jaren mee worstel, worstelen ook zij.
Zij doen een poging deze en andere vragen, over het menselijk handelen, te beantwoorden. De antwoorden hebben voor mij verheldering gebracht. Zozeer zelf dat ik verbanden meen te herkennen met de werkelijkheid waar ik in stond en sta.